Current Size: 100%
In het huidige zorgstelsel zijn verschillende partijen verantwoordelijk voor de kwaliteit, kosten en toegankelijkheid van de gezondheidszorg. De overheid stuurt op hoofdlijnen en is verantwoordelijk voor de borging van de publieke belangen. Van zorgverzekeraars wordt verwacht dat zij zorg inkopen van een goede kwaliteit tegen een scherpe prijs. Zorgaanbieders zijn niet alleen zorgverlener, maar ook marktpartij geworden. In beide rollen moeten ze verantwoording afleggen over hun handelen.
Prestaties moeten zichtbaar zijn voor zorgverzekeraars (om een contract te kunnen afsluiten) en voor zorgconsumenten (zodat zij bewust een zorgaanbieder kiezen) en door de IGZ worden ze aangesproken op vragen rond veiligheid en kwaliteit. Van consumenten wordt verwacht dat zij bewuste keuzes maken. Op de verzekeringsmarkt kiezen zij een polis en een zorgverzekeraar. Op de aanbiedersmarkt kiezen zij hun zorgaanbieders. Door hun keuzes zouden zij de zorgverzekeraars en de zorgaanbieder dwingen tot een goede prijs en een goede kwaliteit.
Deze ontwikkeling is al langere tijd gaande, maar heeft in de afgelopen jaren zijn beslag gekregen in een aantal nieuwe wetten. De eerste effecten van de veranderingen in het zorgstelsel van het vorige kabinet worden nu zichtbaar in de praktijk. Het eerste jaar na introductie van de Zorgverzekeringswet wisselden een groot aantal Nederlanders van verzekeraar, het aantal verzekeraars is afgenomen door fusies en verzekeraars lijken ook een actieve rol te gaan spelen op de markt van zorgaanbieders. Het gaat daarbij niet alleen om de Zorgverzekeringswet (Zvw), de Wet op de Zorgtoeslag (Wzt) en de Wet marktordening gezondheidszorg (Wmg), maar ook om de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo). De eerste jaren zal de aandacht vooral uitgaan naar de manier waarop dit allemaal gaat werken en welke nieuwe ontwikkelingen zich voordoen, pas op langere termijn kunnen effecten zichtbaar worden op aspecten als betaalbaarheid, kwaliteit en toegankelijkheid. Patiëntenrechten staan hoog op de beleidsagenda. Veel van de patiëntenwetten stammen uit het einde van de vorige eeuw.
De waarborgen die zij voor patiënten bieden zijn nog steeds van belang. Op het punt van het recht van patiënten op verantwoorde en samenhangende zorg lijken deze patiëntenwetten te kort te schieten. Door het Ministerie van VWS is wetgeving op dit vlak in voorbereiding. Daarbij wordt ook de vraag gesteld of de rechtspositie van patiënten wel voldoende is gewaarborgd, gezien de nieuwe rol die zij moeten spelen in het veranderde zorgstelsel. Tenslotte blijft er beleidsmatig aandacht voor het onderwerp klachten en behandeling van klachten.
De betrokkenheid van verschillende partijen in het zorgstelsel roept vragen op over de verantwoordelijkheidsverdeling van de overheid: wie kan waarop worden aangesproken? Welke instrumenten zijn beschikbaar en wat is de ruimte die de verschillende actoren krijgen? Welke vormen van overheidssturing passen in deze situatie waarbij de uitvoering van de zorgverlening met een publiek karakter in handen is van private partijen? Hier spelen de IGZ en toezichthouders zoals de NZa een rol. Omdat taken van de overheid worden overgelaten aan marktpartijen maar zij wel eindverantwoordelijk blijft, is een goed systeem van ‘early warning’ noodzakelijk. De introductie van marktwerking in de gezondheidszorg heeft ook zijn weerslag op zorgorganisaties. Wat betekent marktwerking voor de rol van bestuurders en raden van toezicht in instellingen? Ook binnen instellingen zullen er veranderingen optreden. De stelselwijziging, tenslotte, veronderstelt een zeer actieve rol van zorgverzekeraars, als zorginkoper, soms als regisseur en in ieder geval als vertegenwoordiger van de belangen van zijn verzekerden. Dit komt langzaam op gang. Het is de vraag verzekeraars deze rol verder gaan invullen en of zorginkoop op basis van kwaliteit van de grond komt.
Ontwikkelingen in het onderzoek
Een eerste evaluatie van de Zvw, Wzt en Wmg heeft reeds plaatsgevonden. Een belangrijke conclusie is dat het nog steeds ‘work in progress’ is. Dit betekent dat de effecten van de stelselwijziging als geheel nog niet zichtbaar zijn. Het is daarom belangrijk om te blijven monitoren en te onderzoeken of het stelsel werkt zoals het was bedoeld. De resultaten daarvan zijn niet alleen van belang voor de Nederlandse beslissers. In de ons omringende landen wordt het ‘experiment’ van de stelselwijziging met de nodige aandacht gevolgd. Het NIVEL zal de nodige actuele informatie over het stelsel voor het buitenland toegankelijk maken.
De methodiek van het evalueren van wetgeving is nog weinig systematisch ontwikkeld. Er wordt onder meer gebruikgemaakt van kennis uit het domein van de beleidsevaluaties en programma-evaluaties. Gezien het belang van wetsevaluaties is dit een onbevredigende situatie. Er is behoefte aan meer systematiek op dit gebied om op deze manier ook de ervaringen met het evalueren van wetgeving bij elkaar te kunnen brengen en overdraagbaar te maken. Wetsevaluaties worden niet alleen in de gezondheidszorg uitgevoerd. Ook in andere sectoren wordt het gebrek aan een methodiek van wetsevaluaties gevoeld. Het ligt voor de hand op dit punt met andere partijen op te trekken om te komen tot een dergelijke methodiek.
Verzekeraars zullen een actievere rol gaan spelen in de gezondheidszorg. Zoveel is wel duidelijk. Maar, wat die rol zal inhouden, is minder duidelijk. Met name hun rol in de zorginkoop is daarbij van belang. Het NIVEL participeert in de Academische Onderzoekswerkplaats Zorgverzekeraars (AOZ), een samenwerking tussen de Open Universiteit, het NIVEL en zorgverzekeraar UVIT. Binnen de AOZ wordt onder meer onderzoek gedaan naar zorginkoop. Het NIVEL volgt de rol van zorgverzekeraars in het zorgstelsel op de voet en doet daarnaast systematisch onderzoek naar de oordelen van verzekerden over hun zorgverzekeraar. De resultaten met betrekking tot klantervaringen worden gepubliceerd op kiesBeter.nl. Met enige regelmaat doet het NIVEL onderzoek naar de relatie tussen de Raden van Bestuur van ziekenhuizen en de medische staven. Dit onderzoek sluit nauw aan bij het onderzoek naar kwaliteitssystemen en onderzoek naar de randvoorwaarden voor het borgen van veiligheidsbeleid.
De structuur van de Nederlandse gezondheidszorg wordt internationaal ingekaderd binnen vergelijkend onderzoek van (zo mogelijk) alle EU-lidstaten. Daarin ligt de nadruk op eerstelijnszorg en thuiszorg.