Publicatie

Publicatie datum
Maagzuurremmers: gevolgen van de veranderingen in de vergoeding.
Flinterman, L., Hek, K., Korevaar, J., Dijk, L. van. Maagzuurremmers: gevolgen van de veranderingen in de vergoeding. Utrecht: NIVEL, 2014.
Download de PDF
Twee jaar na de afschaffing van de vergoeding voor kortdurend gebruik van maagzuurremmers blijken patiënten met een verhoogd risico op maagbloedingen deze middelen niet minder vaak te gebruiken en zijn er niet meer maagbloedingen voorgekomen.

Oudere patiënten die een pijnstiller zoals diclofenac of aspirine krijgen, moeten daarbij maagzuurremmers gebruiken om hun maag te beschermen. Anders lopen zij meer kans op een maagbloeding. Vanaf 2012 krijgen deze hoogrisico-patiënten hun eerste recept voor een maagzuurremmer niet meer vergoed. De afschaffing van deze vergoeding kost ze eenmalig ongeveer 12 euro. Patiënten zonder hoog risico op een maagbloeding moeten een maagzuurremmer altijd zelf betalen.

Angst
De Tweede Kamer diende in april 2014 een motie in met het verzoek de effecten en neveneffecten van deze ‘pakketmaatregel’ te onderzoeken. De angst was dat minder hoogrisico-patiënten maagzuurremmers zouden gaan gebruiken, met als negatief gevolg meer maagbloedingen. Maar dit is twee jaar na invoering van de nieuwe vergoedingsregels niet het geval, zo blijkt uit onderzoek van het NIVEL (Nederlands instituut voor onderzoek van de gezondheidszorg) met gegevens van de NIVEL Zorgregistraties eerste lijn.

Forse besparing
Met de maatregel wordt zo’n 25 miljoen euro per jaar bespaard. NIVEL programmaleider Liset van Dijk: “De maatregel levert dus een duidelijke besparing op zonder extra schade. En er worden dus ook geen extra kosten gemaakt voor de behandeling van maagbloedingen. Het grootste deel van deze besparing zit uiteindelijk bij andere gebruikers van maagzuurremmers, namelijk de incidentele gebruikers. Bij incidenteel gebruik is de kans op een maagbloeding natuurlijk veel kleiner.”

NIVEL Zorgregistraties
De NIVEL Zorgregistraties eerste lijn maakt gebruik van gegevens die routinematig in de zorg worden verzameld bij verschillende eerstelijnsdisciplines. Onder meer bij ruim 500 huisartspraktijken (aantal deelnemers begin 2015) met ruim anderhalf miljoen ingeschreven patiënten, en 165 apotheken.
Gegevens verzameling
Auteurs (4) van deze publicatie: