Publicatie

Publicatie datum
Social networks of nursing staff and organizational performance: a study in long-term care facilities = Sociale netwerken van verzorgend personeel en prestaties van zorgorganisaties: een studie in verpleeg- en verzorgingshuizen.
Beek, A.P.A. van. Social networks of nursing staff and organizational performance: a study in long-term care facilities = Sociale netwerken van verzorgend personeel en prestaties van zorgorganisaties: een studie in verpleeg- en verzorgingshuizen. Utrecht: NIVEL, 2013.
Download de PDF
Sociale netwerken van verzorgend personeel op afdelingen in verpleeg- en verzorgingshuizen zijn van groot belang voor een goede zorg aan ouderen met dementie. Meer communicatie en meer uitwisseling van advies tussen verzorgenden, leiden tot een betere kwaliteit van zorg, zo stelt Sandra van Beek in onderzoek dat zij uitvoerde bij het NIVEL, waarop zij 30 september promoveert aan de Universiteit Utrecht.

In de woonkamer van de dementieafdeling zitten drie oudere dames aan tafel. De tafel is keurig gedekt, de borden zijn leeg. Een oude vrouw bij het raam zingt zachtjes voor zich uit en bij de deur zit mevrouw M. in een rolstoel. Een verzorgende komt binnen en strijkt een van de dames aan tafel over het haar. “Bent u klaar met eten?” De vrouw reageert niet. De verzorgende vraagt aan haar collega’s bij het keukenblok: “Heeft niemand nog ontbijt gehad?” En ze loopt naar mevrouw M. om haar medicijnen te geven. Later brengt een andere verzorgende mevrouw M. een boterham en een glas melk. Mevrouw giet het glas melk in het lege kopje van haar medicijnen en over haar jurk, en valt dan in slaap. Even later wordt ze naar de dagactiviteit gebracht. Niemand heeft in de gaten dat ze nog niet heeft ontbeten.

Netwerken
Dit is een fragment uit de observatie waarmee Sandra van Beek haar proefschrift begint. Het voorbeeld illustreert het belang van een goede communicatie tussen verzorgenden. Van Beek deed onderzoek naar de informele sociale netwerken van verzorgend personeel op afdelingen voor bewoners met dementie in verpleeg- en verzorgingshuizen. Dit vanuit de veronderstelling dat sociale netwerken van invloed zijn op het gedrag van personeel en daardoor – indirect – op de zorgprocessen en de kwaliteit van leven van bewoners. Ze keek naar de communicatienetwerken van het personeel, naar de adviesnetwerken en netwerken tussen personeel en familie of kennissen van bewoners met dementie.

Kwaliteit
Op afdelingen waar verzorgenden een verbinding hebben met bewoners doordat zij familie of kennissen van die bewoners kennen, bleek de bejegening beter. Meer communicatie tussen verzorgenden, meer uitwisseling van advies én meer contacten met familie hingen ook samen met meer sociale betrokkenheid van bewoners met dementie. Sandra van Beek: “Dit is een belangrijke uitkomst, omdat bewoners met dementie vaak niet in staat zijn om hun eigen sociale contacten te onderhouden. Hun sociale betrokkenheid – een belangrijk aspect van kwaliteit van leven – is daardoor vaak laag. Dit onderzoek geeft handvatten om de sociale betrokkenheid van cliënten met dementie te verbeteren, zonder dat extra personeel hoeft te worden ingezet.”

Motivatie
Communicatienetwerken met collega’s hangen ook samen met de tevredenheid van de medewerkers, de steun die zij ervaren en hun motivatie. “Heel belangrijk in tijden van personeelstekorten, toenemende werkdruk en bezuinigingen”, stelt Van Beek. “Op afdelingen met gemotiveerde medewerkers is ook de bejegening van bewoners beter. Daarom is het belangrijk dat organisaties aandacht hebben voor een goede communicatie tussen medewerkers, bijvoorbeeld door het indelen van werkroosters en stimuleren van informeel contact buiten werkuren.” Daarnaast vraagt zij aandacht voor de relatie tussen verzorgend personeel en familieleden en kennissen van bewoners met dementie. “Deze contacten zijn erg belangrijk. We hebben het dan niet alleen over contact wanneer familieleden bewoners bezoeken, maar ook over de contacten buiten de zorginstelling – in het dagelijks leven. Met het oog op de geplande veranderingen in de ouderenzorg worden deze contacten met familie waarschijnlijk alleen nog maar belangrijker voor een goede dementiezorg.”