Project
afgesloten

De rol van optometristen in de Nederlandse oogzorg. Een verkennende studie op basis van regiovergelijkingen

Over de ‘werkelijke’ rol van optometristen binnen de Nederlandse oogzorg bestaan nog relatief veel onduidelijkheden aangezien het om een jong en snelgroeiend vakgebied gaat. Dit uit zich onder andere in de discussie rond de vergoeding van optometristen. De OVN voert al geruime tijd gesprekken met zorgverzekeraars omtrent de toegevoegde waarde van optometrie in de oog- en gezondheidszorg. Een discussiepunt daarbij is de mogelijkheid dat dubbele declaraties ontstaan, maar tevens is een discussiepunt wat nu precies de filterwerking is van optometristen binnen de oogzorg. Er zijn echter geen landelijke gegevens om deze discussiepunten te kunnen staven.
Anno 2011 zijn enkele databronnen beschikbaar die het onderzoek naar de (potentiële) filterwerking van optometristen verder kunnen helpen. Deze vormen de basis voor de dit onderzoek.
1) wat is de huidige en relatieve productieomvang van (extramurale) optometrie binnen de (oog)zorg in een aantal regio’s binnen Nederland?
2) wat kan op basis van (1) gezegd worden over de rol van de extramurale optometrist binnen het systeem van de Nederlandse oogzorg (in termen van doorverwijzingen van patiënten van en naar de oogarts, huisarts en de opticien) en hoe kan dit verdere beleidsdiscussie en vervolgonderzoek naar de potentiële rol van optometristen binnen de Nederlandse oogzorg (in termen van filter¬werking) ondersteunen?
We gebruiken een aantal nieuwe en aanvullende databronnen die sinds 2005 beschikbaar zijn voor nadere analyse, waarbij regionale analyse en vergelijking centraal staan.

De eerste bron vormt de cijfers uit de huisartspraktijken die deelnemen aan het Landelijk Informatie Netwerk Huisartsenzorg (LINH) van het NIVEL. De meest voorkomende aandoeningen die door huisartsen gecodeerd worden zijn zoals ‘Cataract/staar’ (F92) en ‘refractie-afwijkingen’ (F91). Daarna zal bekeken worden in hoeverre deze gegevens te desaggregeren zijn naar regionaal niveau, zodat deze kunnen aansluiten bij de (regionale) productie- en volumecijfers die beschikbaar zijn via de bestanden van Pearle Opticiens, OCR en andere bronnen.
De tweede bron betreft gegevens van de optometristen van Pearle Opticiens. Zij hebben gegevens beschikbaar voor dit onderzoek gesteld betreffende ruim 1.000 cliënten die tussen april 2009 en april 2011 de winkel hebben bezocht. Het gaat om cliënten van Pearle-filialen in Tilburg, Zwolle, Haarlem, Amsterdam, Spijkenisse, Almere, Rotterdam en Utrecht. Voor deze 8 regio’s kan bepaald worden wat de productie- en volumecijfers voor optometristenzorg in de betreffende periode is geweest.
Daarnaast zullen aanvullende gegevens voor deze regio’s verzameld worden afkomstig uit CBS- en RIVM-bronnen, alsook de VAAM, VEKTIS en DBC-onderhoud/DHD voor zover op korte termijn en tegen minimale kosten beschikbaar.
Het resultaat van dit onderzoek is een openbaar rapport, opgesteld door onderzoekers van het NIVEL, waarbij de OVN de centrale opdrachtgevende en begeleidende rol vervult. Het rapport beschrijft de huidige productie en rol van optometristen in de Nederlandse oogzorg voor enkel regio’s, en geeft aan hoe de mogelijke filterwerking van optometristen binnen de Nederlandse oogzorg verder onderzocht kan worden. Op basis van het rapport zal ook door het NIVEL een artikel voor een vaktijdschrift geschreven worden.
Dit project wordt gesubsidieerd door
Optometristen Vereniging Nederland (OVN)
In dit project werken we samen met
Optometristen Collectief Rijnmond, Pearle Opticiens