Project
afgesloten

Regionale spreiding van niet-Nederlandse tandartsen: een nadere analyse van survey- en lokatiedata

Deze werkzame groep niet-Nederlandse tandartsen lijkt qua werkzaamheid en geslachtsverdeling op de groep Nederlandse tandartsen, maar niet wat betreft hun verloop binnen de groep werkzame tandartsen in Nederland. Zowel het aantal niet-Nederlandse tandartsen als het percentage dat hier werkzaam wordt, kan echter veranderen als gevolg van beleidsmaatregelen en de arbeidsmarktsituatie; hier in Nederland en in het buitenland. Zo is sinds 2010 de inzet van het beleid van het Capaciteitsorgaan om in zijn berekeningen geen rekening meer te houden met buitenlandse instroom van beroepsbeoefenaren in Nederland, om een instroom- en fixusbeleid te voeren dat zo onafhankelijk mogelijk is van andere landen. In deze optiek is Nederland zoveel mogelijk ‘zelfvoorzienend’.
1. Hoe ziet de spreiding voor (1) niet-Nederlandse tandartsen waarvan geen enquête retour is ontvangen, (2) zij die aangaven nooit in Nederland werkzaam geweest te zijn, (3) zij die aangaven minder dan 2 jaar in Nederland werkzaam geweest te zijn, (4) zij die aangaven meer dan 2 jaar in Nederland werkzaam geweest te zijn, (5) zij die aangeven anno 2010 in Nederland werkzaam te zijn?
2. Wat is op regionaal niveau de verhouding tussen niet-Nederlandse tandartsen en Nederlandse tandartsen, en wat kan gezegd worden over deze verhouding tussen 2000 en 2010 en een aantal jaren daarvoor?
3. Welke patronen kunnen we uit deze spreidings-, cq. vestigingspatronen afleiden wat betreft de huidige en toekomstige mobiliteit van de groep niet-Nederlandse tandartsen in Nederland?
4. Wat betekenen deze conclusies voor de toekomstige capaciteitsramingen en de veronderstellingen over het verloop van buitenlandse tandartsen, en wat betekent het voor mogelijk onderzoek naar de niet-registreerde buitenlandse tandartsen in Nederland?
Op basis van het steekproef- en responsbestand zullen analyses plaats vinden die een antwoord geven op de eerste onderzoeksvragen.
Daarbij zal gebruik worden gemaakt van de enquêtegegevens om werkzaamheid en lengte van werkzaamheid in Nederland van de groepen te bepalen. De beschrijving en analyse van de geografische spreiding van de niet-Nederlandse tandartsen zal uitgevoerd worden met verschillende softwaretoepassingen. Voor het in kaart brengen van de geografische spreiding van de Nederlandse tandartsen, zal gebruik worden gemaakt van de NIVEL-ramingsenquête onder een representatieve steekproef van 1.000 tandartsen gehouden in 2010, en de cijfers van de NMT, de grootste beroepsvereniging. Ook hiertoe zullen de genoemde GIS-toepassingen ingezet worden.
De definitieve rapportage zal na de zomer van 2011 worden vastgesteld. Daarna zal de notitie, of delen ervan, gebruikt worden voor openbare publicaties van zowel het NIVEL als het Capaciteitsorgaan. Gezien de internationale dimensie van dit project is het voornemen om een wetenschappelijk artikel te publiceren in een Nederlands- en Engelstalig tijdschrift. Dit onderzoek sluit aan bij het thans lopende, EU-gefinancierde project naar mobiliteit van artsen binnen Europa, het zgn. Prometheus project.
Dit project wordt gesubsidieerd door
Capaciteitsorgaan