afgesloten
Spinoza (vervolg)
Het placebo-effect is een bekend en goed beschreven fenomeen in de medische literatuur dat verwijst naar het intrigerende verschijnsel dat mensen beter kunnen worden van een interventie, ook als daar geen enkele medisch-technische verklaring voor is (bijvoorbeeld ‘neppillen’, of een schijnoperatie). In de literatuur worden allerlei mogelijke verklaringen genoemd voor dit verschijnsel, bijvoorbeeld: de invloed van positieve of negatieve verwachtingen, leereffecten vanuit vroegere ervaringen en/of stress-reductie. Bij al deze verklaringen speelt de arts-patient communicatie een belangrijke rol. Dat maakt het interessant om te onderzoeken hoe arts-patient communicatie gerichter kan worden ingezet om placebo-effecten in de zorg te maximaliseren. De in 2006 aan Jozien Bensing uitgereikte Spinoza-premie zal voor een belangrijk deel worden gebruikt voor fundamenteel onderzoek dat erop is gericht de werkzame mechanismen op dit terrein stap voor stap te ontrafelen.

In onderzoek naar arts-patiënt communicatie (en overigens ook in de medische en verpleegkundige opleiding) worden de normen voor ‘adequate’ communicatie deels ontleend aan professionele inzichten en deels aan (psychologische) theorievorming. Het patiëntenperspectief ten aanzien van ‘adequate’ communicatie wordt nog nauwelijks in onderzoek betrokken. Om te onderzoeken wat patiënten als adequate communicatie beschouwen en of dit overeenkomt met inzichten uit onderzoek en van zorgverleners zal binnen het Spinozaprogramma een tweede promotieproject worden ingezet. Het patiëntenperspectief zal op twee manieren aan bod komen. In de eerste plaats zullen op video opgenomen medische consulten na afloop van het consult worden voorgelegd aan de betrokken patiënten, waarbij patiënten gevraagd wordt feedback te geven op kritische incidenten in hun eigen communicatie en in de communicatie van de arts. Door gelijktijdig fysiologische metingen te doen aan de patiënt willen we proberen een link te leggen tussen subjectieve ervaringen en objectieve fysiologische processen. Onze collega’s in Oslo hebben reeds enige ervaring met deze verder unieke methodiek. De tweede lijn bestaat uit het voorleggen van een serie van deze consulten aan een patiëntenpanel, alsmede aan een panel van collega-artsen, waarbij aan beide panels gevraagd wordt naar de kwaliteit van zorg op een aantal dimensies. Door deze oordelen te vergelijken met elkaar en met het oordeel van de betrokken patiënt hopen wij de klinische relevantie van het programma te bewaken en te vergroten.
Dit project wordt gesubsidieerd door
NWO