Publicatie

Publicatie datum
Doktersassistentie door de Medische Opvang Asielzoekers.
Oort, M. van, Devillé, W. Doktersassistentie door de Medische Opvang Asielzoekers. Utrecht: NIVEL, 2003.
Download de PDF
Een praktijkverpleegkundige in de Medische Opvang Asielzoekers (MOA) besteedt ongeveer éénzevende van de werktijd aan doktersassistentietaken. Bij administratief medewerkers in AZC's gaat éénderde van de werktijd naar doktersassistentietaken.
Dit blijkt uit NIVEL onderzoek in opdracht van GGD Nederland naar doktersassistentie door de Medische Opvang Asielzoekers (MOA), een onderdeel van GGD Nederland. De MOA-dienstverlening door de GGD'en bestaat uit de algemene preventieve taken als Infectieziektebestrijding, Jeugdgezondheidszorg, Gezondheidsvoorlichting en Opvoeding, Hygiënezorg. Daarnaast verzorgt de MOA de toeleiding naar de reguliere zorg, zoals huisartsen, RIAGG's, tandartsen etc.
Aanleiding voor het onderzoek was de discrepantie tussen de afspraken die in 2001 zijn gemaakt in het contract tussen het COA (Centraal orgaan Opvang Asielzoekers) en GGD Nederland en het convenant tussen de LHV (Landelijke Huisartsen Vereniging) en Zorgverzekeraar VGZ over de voorwaarden waaronder huisartsen zorg verlenen aan asielzoekers in de Centrale Opvang.
De praktijkverpleegkundigen en administratief medewerkers van de Medische Opvang Asielzoekers (MOA) voeren in principe geen doktersassistentie-taken uit voor de huisarts omdat deze niet door het COA zijn ingekocht. In het convenant van de LHV en Zorgverzekeraar VGZ wordt daarentegen wel uitgegaan van de uitvoering van de doktersassistentietaken door derden. Het COA heeft daarop aan GGD Nederland gevraagd of de doktersassistentietaken aanvullend kunnen worden ingekocht. Om die reden heeft GGD Nederland het NIVEL de opdracht gegeven voor het meten van de werklast
ie gepaard gaat met de uitvoering van deze taken. Op basis van de uitkomsten kunnen dan aanvullende afspraken gemaakt worden met het COA.
Het NIVEL analyseerde de doktersassistentietaken in 6 asielzoekerscentra in Noord-Nederland en Oost-Nederland. 17 praktijkverpleegkundigen en 15 administratief medewerkers deden aan het onderzoek mee.