Nieuws
16-09-2003
Dé Europese huisarts bestaat niet
De zorg die huisartsen in Europa aan hun patiënten verlenen verschilt sterk van land tot land. Ook binnen elk land zijn de verschillen dikwijls aanzienlijk.
Vrijwel overal blijken huisartsen op het platteland meer uiteenlopende problemen te behandelen, meer kleine medische ingrepen te doen en meer huisbezoeken af te leggen dan huisartsen in de stad. Dat komt doordat er op het platteland minder andere zorgvoorzieningen zijn, naast de huisartspraktijk. Ook maakt het verschil of de huisarts een man is of een vrouw. Vrouwen werken vaker in een groepspraktijk, in deeltijd en in een stedelijke omgeving. Ze doen minder medisch-technische verrichtingen dan hun mannelijke collega’s en ze zijn meer betrokken bij voorlichtingsactiviteiten, bijvoorbeeld over gezonde voeding of stoppen met roken.
Dit blijkt uit een groot Europees onderzoek naar de taken van Europese huisartsen dat is uitgevoerd door het NIVEL. Aan het onderzoek deden bijna achtduizend huisartsen mee uit 32 Europese landen. Dezen vulden een vragenlijst in de eigen taal in over hun betrokkenheid bij een groot aantal concreet omschreven gezondheidsproblemen, over de uitrusting en organisatie van hun praktijk, over samenwerking met andere hulpverleners, over patiëntencontacten en over hun tijdbesteding.
Voor een deel komen de verschillen in huisartsentaken in de verschillende landen doordat huisartsen niet overal voor hun patiënten ook als poortwachter/verwijzer fungeren naar medisch specialisten. In landen met zo’n poortwachtersysteem staan mensen vaak voor langere tijd bij dezelfde huisarts ingeschreven en gaan ze met meer uiteenlopende problemen naar hun huisarts toe dan in landen waar de patiënt ook zonder verwijzing naar een medisch specialist kan.
Een andere oorzaak zijn de verschillende manieren van vestiging en honorering. In landen waar huisartsen als zelfstandig ondernemer in een eigen praktijk werken, is het takenpakket breder, worden meer huisbezoeken afgelegd en maken de huisartsen langere werkweken dan in landen met huisartsen in loondienst. Ook zijn er ‘oost-west’ verschillen. In de voormalige Oostblok-landen, vooral de landen die tot de Sovjet Unie behoorden, hebben huisartsen een beperkter takenpakket dan hun collega’s in de rest van Europa.
Overal in Europa doen huisartsen meer aan het behandelen van ziekten en gezondheidsklachten, dan aan de preventie daarvan, bijvoorbeeld door middel van het systematisch opsporen van risicofactoren en door activiteiten op het gebied van gezondheidsvoorlichting. Dat geldt ook voor Nederland. Alleen bij de opsporing van baarmoederhalskanker (de uitstrijkjes) hebben de Nederlandse huisartsen wel een belangrijke rol. Dat wordt dan ook afzonderlijk gehonoreerd.
Een systeem met zelfstandig gevestigde huisartsen met ingeschreven patiënten, zoals dat voorkomt in Nederland, Groot Brittannië, Denemarken en Noorwegen bevordert dat huisartsen zich verantwoordelijk voelen voor de zorg aan hun patiënten en dat er een centraal punt is waar overzicht bestaat, ook al is de patiënt onder behandeling van meerdere hulpverleners.
Het onderzoek en de resultaten ervan worden beschreven in een proefschrift dat onderzoeker Wienke Boerma op 17 september 2003 verdedigt  aan de Universiteit Maastricht.