Nieuws
09-12-2008

Boer gezonder

Bestaande registraties van beroepsziekten missen een groot deel van de beroepsziekten in Nederland. Het elektronisch patiëntendossier van de huisarts blijkt een goede aanvulling voor onderzoek naar ziekten die samenhangen met het werk. Uit onderzoek in de dossiers blijkt bijvoorbeeld dat schoonmakers en docenten meer psychische klachten en luchtwegklachten hebben en dat boeren juist gezonder zijn dan de meeste Nederlanders.
Minder meldingen
Jaarlijks krijgen naar schatting tussen de 50.000 en 100.000 Nederlanders een beroepsziekte, een aandoening die wordt veroorzaakt door het werk of de arbeidsomstandigheden. In het Nationale Registratiesysteem Beroepsziekten melden bedrijfsartsen per jaar echter beduidend minder mensen met een beroepsziekte: ongeveer 6000. Dit heeft verschillende oorzaken. Bedrijfsartsen zien mensen met een beroepsziekte niet als er geen ziekteverzuim is, werknemers uit het midden- en kleinbedrijf kunnen vaak maar beperkt bij een bedrijfsarts terecht en bedrijfsartsen zijn niet altijd even gemotiveerd om een beroepsziekte te melden.

EPD
Geanonimiseerde elektronische patiëntendossiers van huisartsen kunnen bijdragen aan een oplossing voor deze problemen. Daarin worden immers alle klachten en aandoeningen bijgehouden, inclusief medicamenteuze behandeling en verwijzingen. Een bijkomend voordeel is dat de huisarts geen partij is tussen werkgever en werknemer. Iedere Nederlander staat ingeschreven bij een huisartsenpraktijk en het dossier wordt bij ieder contact bijgewerkt en vormt een continue bron van gegevens waarmee de patiënten in de loop van de tijd zijn te volgen. Om de relatie met het werk te kunnen nagaan, moet ook het beroep geregistreerd worden. Dit is eenmalig gedaan bij de huisartsen die deelnamen aan de Tweede Nationale Studie naar ziekten en verrichtingen in de huisartsenpraktijk.
 
Gezonde boeren
In samenwerking met het Nederlands Centrum voor Beroepsziekten/AMC vergeleek het NIVEL (Nederlands instituut voor onderzoek van de gezondheidszorg) de gezondheid van vier beroepsgroepen – boeren, bakkers, schoonmakers en docenten – met die van de rest van de beroepsbevolking. De onderzoekers keken naar klachten en aandoeningen, ervaren gezondheid en zorggebruik. Net zoals in de totale beroepsbevolking kwamen klachten van het bewegingsapparaat, psychische klachten, luchtwegklachten en huidaandoeningen het meeste voor. Bij schoonmakers meer dan bij de totale beroepsbevolking. Bij docenten kwamen deze klachten ook vaker voor, behalve de klachten aan het bewegingsapparaat. Deze bevindingen kwamen grotendeels overeen met resultaten uit bestaande registraties van beroepsziekten. Opmerkelijk is echter dat boeren gezonder blijken dan de totale beroepsbevolking. Een uitkomst die op basis van een beroepsziektenregistratie niet is te vinden. Het aantal bakkers in het onderzoek was te klein om uitspraken over werk en gezondheid te doen.

LINH
Het onderzoek toont aan dat patiëntendossiers van huisartsen goed te gebruiken zijn voor onderzoek naar de relatie tussen arbeid en gezondheid. Voorwaarde is wel dat daarbij het beroep van de patiënt wordt genoteerd. Dat is nu eenmalig gebeurd in de 100 praktijken die in 2001 meededen aan de Tweede Nationale Studie naar ziekten en verrichtingen in de huisartsenpraktijk. Maar in principe is dit ook mogelijk in de continu doorlopende gegevensverzameling van het Landelijk Informatie Netwerk Huisartsenzorg (LINH), waarin ongeveer 80 praktijken deelnemen. De informatievoorziening is bovendien snel uit te breiden in risicogebieden, bijvoorbeeld bij een uitbraak van vogelgriep of varkenspest.


Samenwerkingspartners

  • NCvB Academisch Medisch Centrum Amsterdam
  • Centre for Quality of Care Research
  • NHG
  • LHV