Nieuws
07-02-2006
Huisarts kan nóg meer proberen te doen aan preventie van zelfmoord

Veel mensen die zelfmoord plegen of daartoe een poging doen, zijn al voor een depressie onder behandeling bij hun huisarts. Toch praten ze vooraf maar zelden met hun huisarts over het feit dat ze met de gedachte aan zelfmoord rondlopen. Huisartsen zouden daarom beter zelf met ze over dit onderwerp kunnen beginnen, om mensen die het risico op suïcide lopen nog eerder te kunnen herkennen en beter te kunnen helpen.Een huisarts zou bijvoorbeeld elke depressieve patiënt de drie volgende vragen kunnen stellen: Hoe lang bent u al depressief? Hebt u nog zin in het leven? En hebt u wel eens gedacht aan zelfmoord? Zo zijn patiënten met zelfmoordgedachtes eerder te herkennen en sneller door te verwijzen naar de psychiater.

Sinds 1983 is het aantal zelfmoorden en zelfmoordpogingen in Nederland substantieel gedaald. De oorzaak van deze daling is onbekend. Een mogelijke verklaring is de poortwachtersrol van de huisarts in de behandeling van depressieve patiënten. Het voorschrijven van antidepressiva door Nederlandse huisartsen en het aantal patiënten dat zij doorverwijzen naar de gespecialiseerde GGZ (Geestelijke Gezondheidszorg) is de laatste decennia sterk gestegen. Van de mensen die zelfmoord plegen of daartoe een poging doen heeft 60% de medische diagnose depressie. Van hen werd 91% door de huisarts behandeld met een antidepressivum  en zonodig  doorverwezen naar de GGZ
.
Dat blijkt uit analyse van de cijfers van de Continue Morbiditeits Registratie (CMR) Peilstations van het NIVEL, zoals gepubliceerd in het wetenschappelijke tijdschrift BMC Family Practice. De CMR Peilstations vormen een representatieve groep van 66 Nederlandse huisartsen in 50 praktijken. Hun patiëntenpopulatie bestrijkt ongeveer 1% van de Nederlandse bevolking en is representatief verdeeld naar regio en over stad en platteland. Het NIVEL houdt de sucidecijfers al bij sinds 1979 en publiceert deze ieder jaar. De officile CBS-cijfers van sucides volgen dezelfde dalende trend als de NIVEL-cijfers, maar liggen ca. 20% hoger, omdat een deel van de zelfmoorden zich buiten het gezichtsveld van de huisarts afspeelt. 

Niet helemaal onverwacht
Een gemiddelde huisarts verliest n keer in de 4 5 jaar een patiënt door zelfmoord. Als er in de voorafgaande 30 dagen geen contact met de huisarts geweest is, zegt 7% van de huisartsen achteraf de zelfmoord voorzien te hebben, 3% voorzag de zelfmoordpoging. Als ze de patiënt in die periode wl gesproken hebben, zegt achteraf 31% van de huisartsen dat ze de zelfmoord voelden aankomen, bij zelfmoordpogingen is dat 22%. Als de huisartsen, voorzover ze dat al niet uitputtend hebben gedaan, dat voorgevoel zouden omzetten in daden, zouden ze mogelijk een grotere rol kunnen spelen in de preventie van sucide.

CMR
De CMR-peilstations bestaan sinds 1970. Ze rapporteren wekelijks of op jaarbasis over het vrkomen van een aantal ziekten, gebeurtenissen en verrichtingen, die in routine-registraties ontbreken en daarin niet gemakkelijk op te nemen zijn. De gegevens worden geordend naar leeftijd en geslacht van de patiënt, naar regio en naar verstedelijking van het praktijkgebied. In 2004 rapporteerden zij over (tussen haakjes is vermeld sinds welk jaar een rubriek bestaat):
 

  • Influenza(-achtig ziektebeeld)(1970);
  • Neuraminidaseremmer voorgeschreven (2000);
  • Waterpokken (2000);
  • Consult rookverslaving (2003);
  • Sucide(pogingen) (1979);
  • Urethritis bij man (1992);
  • Angst voor AIDS (1988);
  • Gastro-enteritis (1996);
  • Ongewenste zwangerschap (2003);
  • Seksuele problematiek en seksueel geweld (2003);
  • Kinkhoest (1998);
  • Acute respiratoire infecties (2001);
  • Resistentie tegen antibiotica van uropathogen (2003);
  • Euthanasie en hulp bij zelfdoding (verzoek tot toepassen) (1976);
  • Eetstoornissen (1985).

Het NIVEL publiceert jaarlijks een CMR-rapport.