Nieuws
04-07-2016
Kartrekkers essentieel bij implementatie van richtlijn antistollingsmedicijnen

Richtlijnen voor het gebruik van antistollingsmedicijnen  worden niet overal gebruikt. De implementatie daarvan vraagt dus extra aandacht. Uit onderzoek van het NIVEL onder twee koplopers blijkt dat implementatie goed van de grond komt als er echte kartrekkers zijn, ondersteuning aanwezig is en zorgverleners actief worden betrokken.

In 2015 voerde het NIVEL een eerste onderzoek uit naar de implementatie van een richtlijn voor het gebruik van antistollingsmiddelen: de Landelijke Standaard Ketenzorg Antistolling (LSKA) 2.0 [ND1] . Deze richtlijn beveelt aan dat betrokken zorgverleners op regionaal niveau met elkaar overleggen over het antistollingsbeleid. Ook adviseert de richtlijn om de kennis over antistolling samen te laten komen in Regionale antistollingscentra en Expertisecentra. Een aantal regio’s werkt aan de implementatie van de richtlijn. In een verdiepingsstudie bracht het NIVEL de situatie in twee voorloper-regio’s uitgebreid in kaart: Groningen en Nijmegen.

Regionale overlegstructuren
Zowel Groningen als Nijmegen hebben een ‘regiotafel’ opgericht, voor overleg over de vormgeving van het antistollingsbeleid in de regio. Daarnaast maken in Nijmegen twee commissies regionale protocollen voor het beleid rondom nieuwe orale antistollingsmiddelen (NOAC’s) en trombocytenaggregatieremmers (TAR’s, bloedplaatjesremmers). In beide regio’s is de opkomst en betrokkenheid van alle partners hierbij hoog. Zij hebben affiniteit met het onderwerp antistolling, waardoor de motivatie om er actief mee aan de slag te gaan hoog is. In Groningen ondersteunt een projectmanager de regiotafel en in Nijmegen coördineren arts-assistenten de commissies. Dit wordt als een grote meerwaarde gezien omdat zij de praktische organisatie van de overleggen ondersteunen en zorgen voor procesbewaking.

Regionale antistollingscentra en Expertisecentra
In beide regio’s is de grote trombosedienst, die de gehele regio beslaat, de basis voor het regionale antistollingscentrum. Van daaruit wordt samenwerking gezocht met ziekenhuizen in de regio en andere betrokken zorgverleners. In Groningen is daarnaast onlangs een expertisecentrum opgericht gebaseerd op een samenwerkingsverband tussen het UMCG en de regionale trombosedienst. Andere ketenpartners gebruiken de diensten van het centrum zoals een regionale consultfunctie bij complexe casuïstiek. De oprichting en het in werking stellen van dergelijke centra kost tijd en een nadere uitwerking van de plannen vindt dan ook in de komende tijd plaats.

Niet één gouden standaard
De implementatie van de Landelijke Standaard 2.0 is zowel in regio Groningen als Nijmegen ver gevorderd. De regio’s geven hier op verschillende manieren invulling aan, maar sluiten beide aan bij de aanbevelingen uit de richtlijn. Er is dus niet één gouden standaard voor implementatie van de standaard. De best passende vorm kan per regio worden bepaald. Het verdient aanbeveling voort te borduren op al bestaande structuren. Een laagdrempelige aanpak, waarbij de voorkeuren en behoeften van betrokken zorgverleners centraal staan, zorgt voor actieve betrokkenheid. Kartrekkers die bereid zijn het voortouw te nemen bij de implementatie zijn onmisbaar. Procesbegeleiding en praktische ondersteuning door arts-assistenten of projectmanagement kunnen helpen om snellere en grotere stappen te zetten.

Samen op weg
Het onderzoek biedt regio’s die nog minder ver zijn met implementatie van de Landelijke Standaard 2.0 concrete handvatten voor implementatie, toepasbaar op hun regio. Hiervoor hoeven zij niet het wiel opnieuw uit te vinden. Het delen van goede praktijkvoorbeelden en succeservaringen, zoals in Groningen en Nijmegen, kan de implementatie elders op gang brengen en in een stroomversnelling doen belanden. Dé sleutel is het met elkaar in gesprek blijven over implementatie. Dit leidt tot succesvolle samenwerkingsverbanden waarbinnen breed gedragen afspraken voor implementatie gemaakt worden.

Onderzoek
In totaal zijn 12 semigestructureerde interviews afgenomen bij medisch specialisten, apothekers, huisartsen, projectmanagement en trombosedienst medewerkers betrokken bij antistollingszorg in de regio Groningen of Nijmegen. Deze interviews zijn uitgewerkt tot twee casusbeschrijvingen waarin de situatie in beide regio’s uitgebreid wordt geschetst.

Subsidient
Federatie van Nederlandse Trombosediensten (FNT)

Opdrachtgever
Landelijke Stuurgroep Keten Antistollingsbehandeling