Nieuws
13-09-2013
Oproepkrachten in verpleging en verzorging populairder dan uitzendkrachten

Verpleegkundigen, verzorgenden en agogisch begeleiders werken liever met interne oproepkrachten dan met uitzendkrachten, gedetacheerden en zzp’ers. Oproepkrachten zelf waarderen de vrijheid en afwisseling van hun positie, maar een derde zou graag meer uren werken en bijna een kwart vindt het moeilijk zijn kennis en vaardigheden op peil te houden.


Om schommelingen in de zorgvraag op te vangen werken zorgorganisaties veel met interne oproepkrachten en in mindere mate met uitzendkrachten, gedetacheerden en zzp’ers. Oproepkrachten ontlasten het vaste personeel, maar vragen ook extra aandacht. Het NIVEL (Nederlands instituut voor onderzoek van de gezondheidszorg) peilde daarom de mening van zorgverleners van het landelijke Panel Verpleging & Verzorging over het werken met flexibele krachten. Omdat flexibele krachten minder zeker zijn van werk, zijn ook interne oproepkrachten in de zorg gevraagd naar hun mening over hun contract.
 
Liever interne oproepkracht
Verpleegkundigen, verzorgenden en agogisch begeleiders in vaste dienst hebben een voorkeur voor interne oproepkrachten boven extern personeel, zoals uitzendkrachten, gedetacheerden en zzp´ers. Ruim de helft (60%) vindt het goed dat interne oproepkrachten worden ingezet. Terwijl slechts ruim een kwart (28%) het goed vindt dat extern personeel wordt ingezet binnen het team of de afdeling. Zorgverleners zien voordelen, maar ook nadelen van het werken met zowel interne oproepkrachten als externe krachten. Veel genoemde nadelen zijn dat: oproep- en uitzendkrachten wegwijs gemaakt moeten worden, niet alle taken kunnen uitoefenen en dat cliënten met meer verschillende zorgverleners te maken hebben. Daar staat tegenover dat de personele bezetting in het team beter is gewaarborgd, de werkdruk vermindert en cliënten de benodigde zorg krijgen.
 
Vrijheid en afwisseling
Van de interne oproepkrachten vindt ruim de helft (55%) de voordelen van een flexibel dienstverband groter dan de nadelen. De vrijheid om werktijden zelf te bepalen en de afwisseling in werkplek lijken op te wegen tegen de inkomensonzekerheid van flexibel werken. Maar niet iedereen is tevreden: twaalf procent vindt de nadelen groter dan de voordelen en één op de drie oproepkrachten (34%) kan minder uren werken dan gewenst. Een kwart (24%) vindt het moeilijker zijn kennis en vaardigheden op peil te houden en een derde (35%) mist de vaste collega’s en het werken in teamverband. Vooral de jongere oproepkrachten en agogisch begeleiders in de gehandicaptenzorg zijn minder te spreken over hun flexibel dienstverband en het beperkte aantal uren werk. Mogelijk vertrekken zij vanwege deze onvrede uit de zorg, terwijl juist de instroom en het behoud van jongere zorgverleners van belang is.
 
Personeelsbeleid
NIVEL-onderzoeker Anke de Veer: “De inzet van oproepkrachten is prettig voor het vaste personeel omdat het zorgt voor de benodigde ‘handen aan het bed’. De keerzijde is dat oproepkrachten, zowel intern als extern, de vaste krachten meer tijd en inspanning kunnen kosten. Ons onderzoek laat ook zien dat een deel van de oproepkrachten het moeilijk vindt om kennis en vaardigheden op peil te houden en dat een deel uitbreiding wenst van het aantal werkuren. Werkgevers in de zorg zouden hier in het personeelsbeleid meer aandacht aan kunnen besteden.”
 
NIVEL Panel Verpleging & Verzorging
Het onderzoek is gedaan onder ruim 1650 deelnemers van het Panel Verpleging & Verzorging (respons 69%). Dit zijn verpleegkundigen, verzorgenden en agogische begeleiders die werken in ziekenhuizen, de geestelijke gezondheidszorg, de gehandicaptenzorg, verpleeg- en verzorgingshuizen en thuiszorg. De deelnemers ontvingen een extra vragenlijst die zij aan een oproepkracht konden geven. 158 interne oproepkrachten retourneerden een ingevulde vragenlijst. Het Panel Verpleging & Verzorging wordt gecoördineerd door het NIVEL met financiële ondersteuning van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn & Sport. Doel is om de deelnemers regelmatig te bevragen over beleidsrelevante onderwerpen binnen hun werk.