Veranderd vraaggedrag van patiënten onderstreept belang van WGBO-uitbreiding, die moet uitnodigen tot meer vragen stellen
Nieuws
16-06-2020

Veranderd vraaggedrag van patiënten onderstreept belang van WGBO-uitbreiding, die moet uitnodigen tot meer vragen stellen

De afgelopen jaren zijn patiënten steeds minder vragen gaan stellen aan hun huisarts. De vragen die zij nog wel stellen zijn bovendien minder vaak medisch van aard en gaan vaker over praktische zaken, zoals over financiën en logistiek. Laagopgeleide patiënten blijken dergelijke vragen vaker te stellen dan patiënten die hoger opgeleid zijn. Dit blijkt uit onderzoek van het Nivel, dat onlangs is gepubliceerd in het wetenschappelijk tijdschrift Patient Education and Counseling. Het onderstreept het belang van de recentelijke herziening van de Wet inzake de geneeskundige behandelingsovereenkomst (WGBO), die erop gericht is patiënten juist te stimuleren meer regie te voeren over de eigen gezondheid.

Zorgbeleid met herziening WGBO gericht op actievere rol patiënt
Zeer recent, per 1 januari 2020, is de Wet inzake de geneeskundige behandelingsovereenkomst (WGBO) gewijzigd: de informatieplicht van hulpverleners is uitgebreid. Specifiek houdt dit in dat de hulpverlener zich op de hoogte dient te stellen van de situatie en persoonlijke behoeften van de patiënt en de patiënt moet uitnodigen om vragen te stellen over zijn behandeling (artikel 7:448 lid 3 BW). De wetswijziging is een blijk van het veranderende Nederlandse zorgbeleid, dat er in toenemende mate op is gericht patiënten te stimuleren om meer regie te voeren over de eigen gezondheid. Patiënten worden geacht hun wensen en voorkeuren kenbaar te maken en actief betrokken te worden in de uitvoering van zorg die hen betreft. Het vraaggedrag van patiënten tijdens consulten kan hiervoor als graadmeter worden gezien.

Verschuiving in aantal en type vragen van patiënten
Uit het onderzoek blijkt dat het totaal aantal vragen dat patiënten stelden tijdens spreekuurcontacten bij de huisarts de afgelopen jaren afnam, terwijl de gemiddelde consultduur toenam. Opvallend daarbij is de verschuiving van het type vragen dat patiënten stelden: er was een afname van het aantal medische vragen en een toename van vragen van meer praktische aard.

Minder vragen stellen kan leiden tot kennisachterstand eigen medische conditie
Met name laagopgeleide patiënten bleken minder vragen te stellen. Bovendien waren de vragen die zij stelden vaker praktisch van aard dan die van hoogopgeleiden. Het veranderde vraaggedrag van laagopgeleide patiënten kan tot gevolg hebben dat zij minder goed op de hoogte zijn van hun medische conditie en van hun behandelmogelijkheden. Daarnaast bleken oudere patiënten minder vragen te stellen over hun sociale situatie dan jongere patiënten. Aangezien hulp, ondersteuning en een sociaal netwerk juist voor deze - vaak meer kwetsbare - patiëntengroep van groot belang kunnen zijn, is dit een punt van aandacht.

Redenen afname medische vragen niet bekend
De afname van het aantal medische vragen kan er uiteraard mee te maken hebben dat niet iedere patiënt actief wil of kan participeren in het beslissen over zijn behandeling. Bovendien kan het zo zijn dat huisartsen uit zichzelf al voldoende medische informatie verstrekken. Toch verklaart dit niet waarom patiënten minder actief zijn geworden in het stellen van vragen en tijdens hun bezoek vaker niet-medische zaken aan de orde stellen.

Ook grotere rol huisarts roept vragen op over effecten WGBO-uitbreiding
De resultaten roepen daarnaast vragen op over de reikwijdte van de huisartsenrol. Komende jaren is het interessant om te onderzoeken of de recente WGBO-uitbreiding effect heeft op het vraaggedrag van patiënten en om dieper in te gaan op de gewenste rol - in de beschikbare tijd - van de huisarts.

Over het onderzoek
Voor het Nivel-onderzoek zijn willekeurige, op video opgenomen consulten tussen huisartsen en patiënten uit 2015-2016 (n=437) en uit 2007-2008 (n=533) met elkaar vergeleken. Het vraaggedrag van patiënten werd gemeten met een observatie-protocol bestaande uit zes categorieën: medische conditie/therapeutisch regime; psychosociale aspecten; sociale context; leefstijl; vraag om mening arts; praktische vragen. Daarnaast hebben zowel huisartsen als patiënten vragenlijsten ingevuld over persoonlijke en medische achtergrondkenmerken.