Publicatie

Publicatie datum
Aan de slag met zelfmanagement met een individueel zorgplan: evaluatie onder patiënten en zorgverleners van Zorggroep RCH Midden Brabant.
Heijmans, M., Puffelen, A. van. Aan de slag met zelfmanagement met een individueel zorgplan: evaluatie onder patiënten en zorgverleners van Zorggroep RCH Midden Brabant. Utrecht: NIVEL, 2015.
Download de PDF
Achtergrond
In Nederland is gekozen voor een programmatische aanpak van de zorg voor chronisch zieken, met een sterke nadruk op zelfmanagement. In de praktijk komt zelfmanagement echter nog maar moeizaam van de grond en het individueel zorgplan (IZP), als hulp-middel om zelfmanagement in de praktijk vorm te geven, wordt nog weinig gebruikt. Het is de taak van zorgverleners om patiënten te ondersteunen bij hun zelfmanagement. Juist het IZP zou daarbij een hulpmiddel kunnen zijn.
Ook binnen de eerstelijns zorggroep RCH Midden Brabant is zelfmanagement-ondersteuning en het werken met individuele zorgplannen nog geen routine. Graag wil RCH Midden Brabant zelfmanagement ondersteuning en het werken met een IZP binnen de eigen zorggroep verder bevorderen. Hiertoe is het project ‘Zelfmanagement ondersteuning en het individuele zorgplan’ gestart in 2013. Met dit project wil RCH zorgverleners werkzaam binnen de zorggroep beter toerusten om zelfmanagementonder-steuning en het IZP toe te passen in hun zorg aan patiënten met COPD, Diabetes Mellitus- type 2 (DM-2) en (een verhoogd risico op) hart- en vaatziekten.
Graag wil RCH weten of de inspanningen die in het kader van het project uitgevoerd zijn in de loop van 2013 en 2014 hun vruchten afwerpen en heeft hiervoor het NIVEL benaderd om dit te onderzoeken. Dit rapport beschrijft de ervaringen van zorgverleners en patiënten met zelfmanagement en het gebruik van een individueel zorgplan in oktober 2013 en een jaar later. Gekeken wordt naar (veranderingen in) het draagvlak onder zorg-verleners en patiënten voor zelfmanagementondersteuning en het werken met IZP’s. Daarnaast wordt in dit onderzoek ook de veronderstelling getoetst dat het aanbieden van zelfmanagementondersteuning en het werken met een IZP zal resulteren in een beter zelfmanagement door patiënten, meer tevredenheid met de zorg en - op termijn - tot een reductie in het zorggebruik en een betere kwaliteit van leven van patiënten (effectevaluatie).
De bevindingen zijn gebaseerd op twee schriftelijke enquêtes onder zorgverleners en patiënten met COPD, DM-2 en/of hart- en vaatziekten. Tijdens de eerste meting namen 60 zorgverleners en 276 patiënten deel. Tijdens de tweede meting bedroegen deze aantallen respectievelijk 65 en 293. Zorgverleners waren huisartsen en praktijkondersteuners.

Bevindingen
Een jaar na de start van het project ‘Zelfmanagement ondersteuning en het individuele zorgplan’ kunnen we stellen dat er in de attitude en ervaringen van zorgverleners binnen de praktijken van de zorggroep veranderingen zichtbaar zijn. Zelfmanagement van patiënten wordt belangrijker gevonden, zelfmanagementondersteuning wordt meer geïntegreerd aangeboden en het IZP als instrument om zelfmanagement in de praktijk vorm te geven wordt meer gebruikt. De cursus “motivational interviewing en het IZP” draagt positief bij aan deze ontwikkelingen. Een meerderheid van de zorgverleners ziet zelfmanagement ook als speerpunt voor kwaliteitsbeleid. Wel geven zorgverleners aan dat met name het gebruik van het IZP nog in een opstartfase zit. Het werken met een IZP is vooral eind 2013 en 2014 geïmplementeerd in het zorginformatiesysteem van de huisarts en werkte tijdens de looptijd van het onderzoek nog niet overal optimaal. In de loop van 2014 zijn een aantal veranderingen doorgevoerd in de vormgeving die het gebruikersgemak van het IZP zouden moeten bevorderen.
Het effect van de toegenomen aandacht voor zelfmanagement onder zorgverleners zien we (nog) niet terug op patiënt niveau. De veronderstelling is dat zelfmanagement-ondersteuning zal leiden tot een toename van zelfmanagement en daarmee op termijn tot een betere kwaliteit van leven, minder zorggebruik en een betere ervaren kwaliteit van zorg bij de patiënt. Onze resultaten laten deze veranderingen nog niet zien. Daarvoor is wellicht de tijd te kort. Bovendien is het moeilijk om het precieze effect te kunnen vast stellen van activiteiten binnen de zorggroep gericht op bevordering van zelfmanagement omdat sommige activiteiten pas tijdens de loop van het onderzoek zijn gestart, in plaats van voor aanvang. Voorbeelden zijn de wijzigingen in de vormgeving van het IZP en de opzet van een patiënten portal eind 2014. Een andere reden waarom er weinig verande-ringen op patiënt niveau zichtbaar zijn zou kunnen zijn dat het zelf-gerapporteerde niveau van zelfmanagement en de ervaren kwaliteit van zorg al vrij hoog waren binnen de totale groep patiënten die deelnam aan dit onderzoek. Wellicht dat binnen subgroepen wel veranderingen zichtbaar zijn. Subgroep verschillen zijn in dit rapport niet expliciet onderzocht.

Drie bevindingen uit dit project behoeven wel verdere aandacht. Het merendeel van de zorgverleners in dit onderzoek is van mening dat een IZP niet voor iedere patiënt geschikt is. Soms zien zorgverleners de noodzaak niet omdat een patiënt nauwelijks klachten heeft en soms ook is een patiënt in de ogen van de zorgverlener niet gemotiveerd of niet in staat om met een IZP te werken, bijvoorbeeld vanwege een te hoge leeftijd of een te zwakke gezondheid. Daarbij komt dat de meerderheid van de patiënten die nu geen zorgplan heeft ook geen behoefte voelt om er één met de zorgverlener op te stellen. Voor welke patiënten het IZP nu eigenlijk ingezet zou moeten worden is dan ook een belangrijke vraag. Ten tweede de waargenomen discrepantie tussen zorgverleners en patiënten over in hoeverre het IZP is ingevoerd in de dagelijkse praktijk en de beschikbaarheid daarvan voor de patiënt. Volgens zorgverleners is gebruik van een IZP hoger dan dat een patiënt aangeeft. Bovendien geven zorgverleners aan dat het IZP in bijna alle gevallen op schrift beschikbaar is terwijl patiënten aangeven dat een zorgplan vooral mondeling gerapporteerd wordt. De zorgverlener schetst daarmee een rooskleuriger beeld dan dat door de patiënt ervaren wordt. Ten derde de inhoud van een IZP. De inhoud concentreert zich nu vooral op de medische behandeling en bevat info over streefwaarden en hoe die te bereiken. Zelfmanagement is echter veel breder dan de medische behandeling alleen. Het gaat ook over de omgang met zorgverleners, en het inpassen van de ziekte in het dagelijks leven op fysiek, emotioneel en sociaal vlak. Deze onderdelen komen nog nauwelijks terug in het zorgplan. Een zorgverlener merkte op dat het IZP nu te veel geprotocolleerd is en te weinig op maat, aansluitend bij de specifieke behoeften van de patiënt. Patiënten geven aan de aandacht voor persoonlijke omstandigheden te missen. Wellicht dat hier de uitdaging ligt en dat door een meer op maat invulling van het IZP ook positieve effecten bij patiënten zichtbaar worden. (aut. ref.)
Vragen, bel of mail: