Publicatie

Publicatie datum
Arbocuratieve samenwerking anno 2003: het perspectief van de huisarts.
Somai, T., Beek, A. van der, Schellevis, F.G. Arbocuratieve samenwerking anno 2003: het perspectief van de huisarts. Utrecht: NIVEL, 2004.
Huisartsen en bedrijfsartsen zijn sinds 2001 nauwelijks méér gaan samenwerken. Gemiddeld hebben huisartsen zo'n twee keer per maand contact met een bedrijfsarts. In ongeveer 80% van de gevallen neemt de bedrijfsarts daartoe het initiatief.
Ruim tweederde van de huisartsen beoordeelt de contacten met de bedrijfsartsen als goed of redelijk.
De toenemende aandacht vanuit het beleid voor de samenwerking tussen huisartsen en bedrijfsartsen lijkt geen noemenswaardige invloed te hebben gehad op de kijk van huisartsen op deze samenwerking.
Er zijn sinds 2001 geen grote veranderingen op het gebied van arbocuratieve samenwerking. Wel zijn er lichte verschuivingen. Huisartsen namen in 2003 vaker contact op met de bedrijfsarts om die te attenderen op beperkingen van de patiënt, waardoor deze het werk nog niet kon hervatten. Bedrijfsartsen vroegen in 2003 minder vaak informatie aan de huisarts over de aard van de klachten van de patiënt. Huisartsen gaven in 2003 minder vaak een advies om het werk te staken. Ook zeggen ze minder afhankelijk te zijn van de bedrijfsarts met betrekking tot diagnostische taken van een mogelijk arbeidsgerelateerde aandoening.
Dit blijkt uit onderzoek van het NIVEL naar de houding van huisartsen tegenover arbocuratieve samenwerking, in opdracht van ZonMw en de ministeries van VWS en SZW. De resultaten zijn vergeleken met die van eenzelfde onderzoek in 2001. Voor de gegevensverzameling werd toen aangesloten bij de Tweede Nationale Studie naar ziekten en verrichtingen in de huisartspraktijk. In 2003 is onder 192 representatieve LINH-huisartsen een enquête afgenomen. Het onderzoek diende als controlestudie voor een onderzoek van TNO-Arbeid naar de effecten van stimuleringsprojecten op het gebied van arbocuratieve samenwerking.
Er is onder andere gekeken naar de frequentie en de inhoud van de contacten, naar de knelpunten voor de huisarts, en naar het vertrouwen van de huisarts in de bedrijfsarts.
De contacten tussen huisarts en bedrijfsarts blijken vooral bedoeld om informatie uit te wisselen of te overleggen over behandeling en begeleiding van de patiënt. Een praktisch knelpunt voor huisartsen blijkt te zijn dat zij de naam en het telefoonnummer van de bedrijfsarts niet hebben. Het vertrouwen van huisartsen in het werk van bedrijfsartsen is overheersend neutraal. Huisartsen vinden dat zij - ook bij een arbeidsgerelateerde aandoening - een grotere verantwoordelijkheid hebben dan de bedrijfsarts voor een verwijzing van de patiënt naar een medisch specialist. Voor diagnostiek en behandeling bij een (mogelijk) arbeidsgerelateerde aandoening geeft de helft van de huisartsen aan dat huisartsen en bedrijfsartsen evenveel verantwoordelijkheid dragen.
Vragen, bel of mail: