Publicatie

Publicatie datum

De Transparantiemonitor 2019/2020. Transparantie: ieder zijn eigen invulling?

Boer, D. de, Springvloet, L., Rolink, M., Bos, N., Jong, J. de, Friele, R. De Transparantiemonitor 2019/2020. Transparantie: ieder zijn eigen invulling? Utrecht: Nivel, 2020.
Download de PDF
De Transparantiemonitor
In de Transparantiemonitor wordt jaarlijks onderzocht hoe transparantie in de zorg zich ontwikkelt en wat dat oplevert voor het vinden van de best passende zorg. Hiertoe worden meningen en ervaringen van patiënten en artsen in kaart gebracht en vinden verschillende casestudies plaats naar specifieke initiatieven of thema’s. Deze activiteiten worden gepubliceerd in deelrapporten. Het rapport dat nu voor u ligt schetst de belangrijkste bevindingen en rode draden die uit de deelrapporten van het tweede jaar van de monitor gezamenlijk naar voren komen.

Beeld bevestigd
In het eerste jaar van de monitor constateerden we dat de invulling van het begrip transparantie is verbreed van een focus op de kwaliteit van zorg op het niveau van zorgaanbieders en zorgverleners naar informatie over aandoeningen en behandelingen. In de monitor van dit jaar zien we dat beeld bestendigd. De resultaten uit de vragenlijstmeting onder burgers laat wederom zien dat zij veel vaker gebruik maken van informatie over aandoeningen en behandelingen, dan over zorgaanbieders en zorgverleners. En uit de vragenlijstmeting onder artsen blijkt dat onder hen veel meer draagvlak bestaat voor het openbaar maken van dit soort informatie, vergeleken met informatie over de kwaliteit van zorgaanbieders en zorgverleners.

Uitkomstgerichte Zorg en Transparantie
Op dit moment is het Programma Uitkomstgerichte Zorg het grootste initiatief voor het ontwikkelen en gebruiken van informatie in de curatieve zorg en vinden veel ontwikkelingen op het gebied van transparantie plaats onder de vlag van dit programma. Veel van de resultaten uit de Transparantiemonitor zijn dan ook direct relevant voor dit programma. Een interessante observatie in de monitor van dit jaar is bijvoorbeeld dat de rol van (uitkomst-) informatie en transparantie verder uitgewerkt lijkt voor de medisch specialistische zorg dan voor de huisartsenzorg. Ook werd duidelijk uit de vragenlijstmeting onder artsen dat medisch specialisten over het algemeen meer dan huisartsen open lijken te staan voor de verschillende manieren waarop invulling wordt gegeven aan transparantie. Tegelijkertijd heeft transparantie over aandoeningen en behandelingen juist vanuit de huisartsenzorg een enorme impuls gekregen middels Thuisarts.nl. Deze observaties roepen de vraag op welke vormen van transparantie goed passen in de huisartsenzorg en of dat (op termijn) dezelfde vormen zijn als in de medisch-specialistische zorg.

Keuzehulpen en gezondheidsvaardigheden
Dit jaar is verdiepend onderzoek gedaan naar de thema’s keuzehulpen en gezondheidsvaardigheden. Voor keuzehulpen zien we dat dit een fenomeen in opkomst is. Zo’n 10 jaar geleden waren er amper keuzehulpen beschikbaar voor het ondersteunen van gezamenlijke besluitvorming tussen arts en patiënt over behandelopties. Sinds een jaar of vijf zijn er commerciële bedrijven die zich specifiek richten op de ontwikkeling en implementatie van keuzehulpen, en verreweg de meeste ontwikkeling heeft de afgelopen paar jaar plaatsgevonden. De belangrijkste vraagstukken rond keuzehulpen passen bij het gegeven dat keuzehulpen een fenomeen in opkomst zijn. Het gaat bijvoorbeeld over zaken als financiering van keuzehulpen uit bestaande middelen en dat dit niet vanzelfsprekend is. Ook ontbreekt het overzicht over welke keuzehulpen er allemaal zijn en komt het voor dat er voor dezelfde behandelkeuze meerdere keuzehulpen zijn. Daarnaast heeft nog lang niet iedereen vertrouwen in keuzehulpen. Soms heeft dit te maken met de (commerciële) leveranciers, maar het kan ook gaan om vertrouwen in de validiteit of het nut van die keuzehulpen. Tot slot hebben zorgaanbieders en zorgverleners ook wel hun bedenkingen over welke consequenties het gebruik van keuzehulpen voor hen kan hebben, bijvoorbeeld als zorgverzekeraars eisen gaan stellen aan de toepassing van keuzehulpen, of als keuzehulpen leiden tot keuzes die financieel nadelig zijn. Niettemin zijn zorgverleners die keuzehulpen geïmplementeerd hebben positief over het resultaat en zijn patiëntenorganisaties en brancheorganisaties ook overtuigd van de waarde van keuzehulpen.
Het thema gezondheidsvaardigheden is buitengewoon relevant voor transparantie. Transparantie gaat immers over de beschikbaarheid en bruikbaarheid van informatie. Bij benadering heeft 30% van de bevolking beperkte gezondheidsvaardigheden en dus veel moeite met het vinden en gebruiken van informatie over gezondheidszorg. De inzichten uit de monitor van dit jaar suggereren dat er meer perspectief is voor het bereiken van mensen met beperkte gezondheidsvaardigheden met informatie over aandoeningen en behandelingen, dan met informatie over de kwaliteit van zorgaanbieders en zorgverleners. Een belangrijke reden hiervoor is dat zorgverleners voor informatie over aandoeningen en behandelingen een belangrijke rol voor zichzelf zien als informatieverschaffer. Daarmee kunnen zij ook fungeren als schakel tussen mensen met beperkte gezondheidsvaardigheden en bronnen die zij op eigen initiatief niet zouden vinden en gebruiken zoals Thuisarts.nl. Voor informatie over de kwaliteit van zorgaanbieders en zorgverleners ligt dit veel minder voor de hand. Artsen doen bijvoorbeeld vrijwel niets met ZorgkaartNederland en verwijzen hun patiënten ook niet naar de resultaten van klinische registraties, mogelijk omdat zij die daar (nog) niet geschikt voor achten.

Verschillende invullingen van transparantie
Transparantie wordt door verschillende actoren op verschillende manieren ingevuld en dat zien we terug in het tweede jaar van de monitor. Zorgverleners en zorgaanbieders zijn bijvoorbeeld vooral bezig met leren en verbeteren en het informeren van patiënten over aandoeningen en behandelingen, terwijl transparantie oorspronkelijk gericht was op informatie over de kwaliteit van zorgaanbieders en zorgverleners. Partijen als patiëntenorganisaties, overheid en zorgverzekeraars vinden die informatie over kwaliteit van zorgverleners en zorgaanbieders echter nog wel heel belangrijk en vragen daar ook aandacht voor in hoofdlijnenakkoorden. Daarnaast blijken veel vormen van transparantie niet of nauwelijks te landen bij mensen met beperkte gezondheidsvaardigheden, terwijl andere groepen er juist veel aan hebben. Ook zien we accentverschillen tussen de perspectieven van medisch specialisten en huisartsen als het gaat om hoe zij tegen transparantie aankijken en op welke manier dat een plek kan krijgen in de zorg die zij leveren. Dit laat zien dat transparantie een rekbaar begrip is waar ieder actor weer een andere invulling aan geeft.

Vooruitblik
We zien in de Transparantiemonitor herhaaldelijk dat informatie over aandoeningen en behandelingen meer wind in de zeilen heeft dan informatie over de kwaliteit van zorgaanbieders en zorgverleners. Tegelijkertijd blijft informatie over de kwaliteit van zorgaanbieders en zorgverleners een belangrijke prioriteit in overheidsbeleid in de gezondheidszorg. Een interessante vraag voor de toekomst zal zijn in hoeverre transparantie over de kwaliteit van zorgaanbieders en zorgverleners zich ook blijft ontwikkelen en in hoeverre het lukt om de uitkomstinformatie die nu wordt ontwikkeld hier ook voor te benutten. Daarnaast is interessant dat transparantie en uitkomstinformatie een minder prominente rol hebben in de huisartsenzorg en is het interessant om te volgen of dat zo blijft. De huisartsenzorg is nu eenmaal een andere sector dan de medisch-specialistische zorg. Het is dan ook de vraag of en hoe transparantie in de huisartsenzorg toeneemt. De monitor blijft deze ontwikkelingen bestuderen, met oog voor de verschillende invullingen die aan transparantie worden gegeven. (aut. ref.)