Publicatie

Publicatie datum
The evolution and everyday practice of collective patient involvement in Europe: an examination of policy processes, motivations, and implementations in four countries.
Haarmann, A. The evolution and everyday practice of collective patient involvement in Europe: an examination of policy processes, motivations, and implementations in four countries. Cham, Switzerland: Springer, 2018.
Download de PDF
Dit boek analyseert de veranderingen van collectieve medezeggenschap in Nederland, Engeland, Duitsland en Zweden. Het uitgangspunt van deze studie is aan de ene kant de totaal verschillende theoretische indeling van Nederland en Engeland ten opzichte van de financiering, de organisatie en het bestuur van het zorgstelsel.
Aan de andere kant is er de observatie dat beide landen een wettelijke regeling kennen met bijna identieke vormen en rechten van collectieve medezeggenschap van patiënten in ziekenhuizen. Aangezien de discussie over het thema medezeggenschap gelijkertijd ontstaan is in beide landen is de vraag welke factoren deze ontwikkeling hebben bevordert of – in andere landen – hebben geremd.

Theorie en Methodologie
Het zijn de politici die wetten aannemen met betrekking tot collectieve medezeggenschap, en daarom plaatst deze studie het parlement in het middelpunt. Het theoretische deel heeft als doel richting te geven aan de zoektocht naar
invloedfactoren. Het bestaat uit twee componenten: Ten eerste, een variant van een ideële aanpak om na te gaan of het pad dat tot nu toe is bewandeld nog steeds gewenste oplossingen op waargenomen problemen biedt biedt en hoe nieuwe ideeën ontstaan. De tweede component is ‘acteur gecentreerde institutionalisme’,
wat zowel de institutionele padafhankelijkheid, als ook voorkeuren, belangen, en macht van de acteuren, alsmede de onderlinge relaties omvat. Beide componenten zullen bijdragen aan een ideaaltypisch, stapsgewijs model van het beleidsprocess.
De studie heeft een exploratief, kwalitatief en vergelijkend ontwerp. Om het risico te vermijden onzuivere conclusies te trekken op basis van toevallige factoren, zijn twee aanvullende landen, die vergelijkbaar zijn met het Nederlandse en Engelse zorgstelsel, aan de studie toegevoegd: Duitsland voor de vergelijking met Nederland
en Zweden voor de vergelijking met Engeland. Naast wetenschappelijke literatuur vormen parlementaire nota’s, teksten van wetten en verordeningen, parlementaire handelingen en interviews met deskundigen de belangrijkste bronnen van deze studie. De afgeleide categorieën zijn gebaseerd op selectief en open coderen.

Resultaten
De belangrijkste uitkomsten kunnen worden samengevat als dat alle vier de landen hun eigen vorm van medezeggenschap hebben ingevoerd en er geen convergentie plaatsgevonden heeft. De landen kunnen worden ingedeeld in twee groepen: Nederland en Engeland, die de focus leggen op medezeggenschap van zorgverleners, en Duitsland en Zweden, waar de focus op het beleidsniveau rust.
Ieders casus heeft daarbij zijn eigen individuele pad gevolgd, waarbij meestal politici de voornamelijkste sturende factor waren voor wetgevende veranderingen. De belangrijkste motivatie varieerde tussen de wens voor meer democratisering in de zorg, aanpassing van patiëntenrechten in verband met de veranderingen van het zorgstelsel, meer onafhankelijkheid en verantwoordelijkheid van ziekenhuizen, en het vasthouden aan het corporatistische zelfbestuur. Het zoeken naar een nieuw leidmotief voor het besturen van de zorgsector is een gezamelijke factor in
Nederland en Engeland. De analyse toont aan dat verschillende standpunten binnen complexe acteuren – zoals bijvoorbeeld politieke partijen – en het perspectief van deze acteuren als mogelijk doorslaggevende factoren, meer aandacht zouden moeten krijgen.
Uiteindelijk kan een nieuw beleidsproces worden afgeleid. De analyse resulteert in vier abstracte factoren, die de verschillen tussen de respectieve landen het best weergeven: a) Het kader van actuele problemen, b) de constellatie, de context, de relatie etc. in het politieke domein, c) de relatie en de invloed van andere factoren en d) de standvastigheid van bestaande instellingen. (aut. ref.)