Publicatie

Publicatie datum
Georganiseerd op weg in de eerste lijn: resultaten van het SMOEL – het begeleidend onderzoek van het ZonMw-programma 'Op één lijn'. Eindrapport.
Bakker, D. de, Batenburg, R., Bont, A. de, Bruijnzeels, M., Maaijen, M., Poortvliet, P., Schepman, S., Tiggeloove, N., Valentijn, P. Georganiseerd op weg in de eerste lijn: resultaten van het SMOEL – het begeleidend onderzoek van het ZonMw-programma 'Op één lijn'. Eindrapport. Utrecht/Rotterdam/Almere/Zoetermeer: NIVEL, Erasmus Universiteit, Jan van Es Instituut, Panteia, 2015.
Lees online
In 2009 verscheen de programmatekst van Op één lijn; een nieuw, groot en ambitieus programma van ZonMw. Na een aantal voorstudies gaf VWS opdracht tot dit stimuleringsprogramma om ‘de organisatiekracht’ en ‘het innovatief vermogen’ van ‘zorg in de buurt’ (voor een groot deel de eerste lijn) te vergroten. Er waren verschillende redenen om het Op één lijn-programma te starten. Een belangrijke reden was de noodzaak tot bundeling van krachten in de zorg rond cliënten of cliëntengroepen die op haar beurt weer was ingegeven door meer complexe zorgvragen en veranderende wensen en verwachtingen van zorggebruikers. De tweede reden was de wens om door middel van verbetering van de samenwerking de scheidslijnen tussen publieke gezondheidszorg en de curatieve zorg te verminderen, om zo effectiever te zijn in het terugdringen van gezondheidsrisico’s en daarmee zorgvraag te voorkomen.
Al deze ontwikkelingen maken het noodzakelijk voor eerstelijns organisaties te zoeken naar verandering, ontwikkeling, samenwerking en vernieuwing. Rond 2009 werd geconstateerd dat hierover nog weinig structurele ervaring en kennis bestond. Het ZonMw-programma ‘Op één lijn’ werd dan ook niet alleen ingezet als stimuleringsprogramma om nieuwe initiatieven van zorgorganisaties te ondersteunen, maar ook om die ontbrekende kennis en ervaring op te bouwen. Dit komt duidelijk naar voren als we vier hoofddoelstellingen uit het programmavoorstel Op één lijn1 citeren:

1. Het geven van een impuls aan de ontwikkeling van gestructureerde samenwerking in de zorg dicht bij huis, gericht op gezondheidswinst in de wijk/regio, op kwaliteit van leven van chronische patiënten en op verhoging van de ervaren service in zorg en ondersteuning.
2. Vergroten en bundelen van kennis over varianten van samenwerking in de zorg dicht bij huis: vormen, kosten, baten en effecten, succes- en faalfactoren bij totstandkoming en instandhouding.
5
3. Vertalen van deze praktijkkennis in toegankelijke en bruikbare informatie en implementatietools voor nieuw startende samenwerkingsverbanden en samenwerkingsverbanden die zich verder willen versterken.
4. Delen van resultaten en ervaringen uit het programma met beleidsmakers en andere relevante stakeholders.
Doelstellingen 2, 3 en 4 richten zich op kennisvergroting, en het vertalen en delen van kennis over samenwerking in de zorg dicht bij huis. Het zijn deze kennisdoelen die het begeleidend onderzoek in opdracht van ZonMw hebben gestuurd, parallel aan de impuls die met het programma aan het veld is gegeven.

Het begeleidend onderzoek
Nadat de programmatekst in 2009 was gepubliceerd, heeft ZonMw drie open subsidierondes georganiseerd waarin organisaties projectvoorstellen konden indienen. Indieners van voorstellen waren organisaties van eerstelijns zorgverleners, met relevante partners uit belendende sectoren, zoals de GGD, de thuiszorg, ouderenzorg, welzijnsorganisaties, arbeidsgezondheidsdiensten. Ook tweedelijnsorganisaties en kennisinstellingen konden als partner aan voorstellen deelnemen. De wervingsrondes leverde in de periode 2010-2012 in totaal 467 projectideeën op. De selectiecommissie heeft 67 projecten gehonoreerd die uiteindelijk van start zijn gegaan. De variatie in deze projecten was groot wat betreft zorgdomeinen waarop zij betrekking hadden, doelgroep, beoogde vormen van samenwerking en geografisch schaalniveau. Variatie en innovatie werden door het ZonMw-programma ook aangemoedigd. Zo ging het om projecten om de zorg voor chronische zorg en ouderen af te stemmen, om geïntegreerde geestelijke gezondheidzorg en van geboortezorg tot palliatieve zorg. Ideeën voor allerlei typen samenwerking werden ingediend: gezamenlijke informatie-infrastructuren, nieuwe ketens en zorgnetwerken, nieuwe diensten met direct nut voor patiënten, maar ook projecten om bestuurlijke integratie mogelijk te maken. In hoofdstuk 3 worden de kenmerken van de projecten nader beschreven.
(aut. ref.)
Gegevens verzameling
Vragen, bel of mail:
R.S. (Ronald) Batenburg
Programmaleider en bijzonder hoogleraar arbeid en organisatievraagstukken in de gezondheidszorg (Radboud Universiteit)