Publicatie

Publicatie datum
Gevolgen van preferentiebeleid en farmaceutische zorginkoop: ervaringen van gebruikers van hart- en vaatmedicatie.
Zwikker, H., Weesie, Y., Vervloet, M., Koster, E., Philbert, D., Damen, N., Dijk, L. van. Gevolgen van preferentiebeleid en farmaceutische zorginkoop: ervaringen van gebruikers van hart- en vaatmedicatie. www.nivel.nl: NIVEL, 2016.
Download de PDF
Het komt geregeld voor dat geneesmiddelgebruikers aan de apotheekbalie een ander merk meekrijgen dan zij gewend zijn. De werkzame stof in het geneesmiddel is dan hetzelfde, maar het geneesmiddel is van een andere fabrikant. Daardoor kunnen de naam, verpakking, of dosering van het medicijn anders zijn dan gebruikelijk. Wat zijn hiervan de gevolgen voor de patiënt? Eerder rapporteerden we hierover voor patiënten met longmedicatie. In dit rapport staan patiënten met hart- en vaatmedicatie centraal.

Het preferentie- en inkoopbeleid van zorgverzekeraars heeft geleid tot grote besparingen op de geneesmiddelenkosten. Door dit beleid krijgen patiënten regelmatig te maken met wisselingen in hun medicijnen. Dit kan, naast bedoelde, ook onbedoelde gevolgen hebben voor patiënten. Apothekers signaleren bijvoorbeeld dat patiënten in verwarring raken of boosheid ervaren door het preferentie- of inkoopbeleid. Ook blijkt uit onderzoek van De Nederlandse Patiënten en Consumenten Federatie uit 2014 dat een deel van de patiënten die van medicatie wisselt daar problemen mee heeft, bijvoorbeeld vanwege bijwerkingen. Deze signalen zijn voor De Hart & Vaatgroep aanleiding geweest voor dit onderzoek.

<strong>Verbanden tussen wisselen van medicatie en patiëntervaringen?</strong>
In dit onderzoek kijken we naar het wisselen van medicatie als gevolg van preferentiebeleid of farmaceutische zorginkoop. We kijken hierbij naar de samenhang van het wisselen van hart- en vaatmedicatie met de ervaringen van patiënten met hart- en vaatmedicatie. Tot op heden zijn deze ervaringen niet systematisch in kaart gebracht. Dat is het primaire doel van dit onderzoek. We kijken hierbij naar eventuele verbanden tussen het wisselen van hart- en vaatmedicatie en praktisch gebruik van medicatie, werking en bijwerkingen, al of niet moeten (bij)betalen voor medicatie, aflevering, zelfvertrouwen in het nemen van medicatie, vertrouwen in zorgverleners, therapietrouw en ervaren gezondheid. We maken daarbij onderscheid tussen patiënten die wisselen op initiatief van de apotheek en patiënten die wisselen op initiatief van de arts. De redenen voor wisselen door de arts kunnen divers zijn. Zij kunnen zijn ingegeven door beleid van de zorgverzekeraar maar ook door medische redenen.

<strong>Verbanden tussen wisselen van medicatie en patiëntervaringen.</strong>
De patiënten die deelnamen aan dit onderzoek, zijn in 2015 en 2016 geworven via apotheken van het UPPER-netwerk (Netwerk voor onderzoek en stages in de farmaceutische praktijk). Zevenentwintig apotheken met in totaal 35 locaties door heel Nederland hebben meegedaan. In totaal hebben 553 patiënten een (online) vragenlijst ingevuld over hun ervaringen met hart- en vaatmedicatie en eventuele wisselingen daarin.
Meer dan vier op de tien patiënten geeft aan gewisseld te zijn. Van deze patiënten is 87% gewisseld op initiatief van de apotheek, de rest op initiatief van de arts (13%). Omdat van deze laatste groep de achterliggende redenen voor wisselen niet duidelijk zijn, gaan we in deze samenvatting uitsluitend in op de resultaten voor de 209 mensen (38% van de totale groep) die gewisseld zijn door de apotheek. Dit zou dan ongeveer 1,4 miljoen mensen met een hart- en vaataandoening in Nederland betreffen1. Van de mensen die op initiatief van de apotheek gewisseld zijn, heeft 15% heeft dit als ‘een groot’ probleem ervaren, 26% vond dit ‘een beetje’ een probleem en 59% had er geen problemen mee.

Hart- en vaatpatiënten die gewisseld zijn van hart- en vaatmedicatie op initiatief van de apotheek, rapporteren, in vergelijking met patiënten die niet gewisseld zijn van hart- en vaatmedicatie, vaker:
- problemen te hebben met praktisch gebruik van hart- en vaatmedicatie;
- bijwerkingen te hebben van de hart- en vaatmedicatie, en dan met name bij mensen die meer dan één type hart- en vaatmiddel gebruiken. Het aantal gerapporteerde bijwerkingen is hoger dan bekend uit registraties (zowel onder wisselaars als niet-wisselaars);
- dat hart- en vaatmedicatie wel eens niet op voorraad is in de apotheek;
- een minder goede therapietrouw.

Geen verschillen werden gevonden voor:
- het moeten (bij)betalen voor hart- en vaatmedicatie;
- zelfvertrouwen ten aanzien van informatieverwerving over hart- en vaatmedicatie en gebruik ervan;
- de ervaren gezondheid;
- het onder controle kunnen houden van de hart- of vaataandoening met behulp van medicatie;
- ziekteverzuim.

Er zijn nauwelijks verschillen tussen bepaalde groepen patiënten (bijvoorbeeld mannen versus vrouwen of mensen die weinig medicijnen gebruiken versus mensen die veel medicijnen gebruiken)2.

<strong>Tot slot</strong>
Patiënten moeten instemmen met een behandeling (informed consent). Uit dit onderzoek blijkt dat ongeveer bijna driekwart (71%) van patiënten die zijn gewisseld van hart- en vaatmedicatie op initiatief van de apotheek geen informatie vanuit zorgverzekeraar of zorgverleners hebben gekregen over veranderingen van medicatie wegens preferentiebeleid of farmaceutische zorginkoop. Indien de patiënt in de apotheek andere medicatie meekrijgt dan voorheen, verdient het aanbeveling de patiënt uitleg te geven over de reden van de wisseling en de eventuele gevolgen daarvan. Wisselen van hart- en vaatmedicatie op initiatief van de apotheek hangt zoals we zagen samen met, onder andere, bijwerkingen, een minder goede therapietrouw en minder vertrouwen in het eigen kunnen als het gaat om het oplossen met problemen met medicatie. Door betere informatie begrijpen patiënten beter dat het belangrijk is de middelen in te nemen en wat te doen mochten zij andere effecten of bijwerkingen merken.
Vragen, bel of mail: