Publicatie

Publicatie datum
Hoe kan de Nederlandse eerstelijnszorg leren van andere Europese landen? Een verkennende studie.
Genet, N., Boerma, W.G.W., Schellevis, F.G. Hoe kan de Nederlandse eerstelijnszorg leren van andere Europese landen? Een verkennende studie. Utrecht: NIVEL, 2014.
Download de PDF
Wat is het probleem?
De resultaten van internationaal vergelijkende studies op het terrein van de gezondheids-zorg komen onvoldoende terecht bij Nederlandse beleidsmakers en veldpartijen. Hierdoor wordt voor de Nederlandse gezondheidszorg relevante kennis, opgedaan in het buiten- land, onvoldoende benut en blijft het rendement van investeringen in internationaal ver- gelijkend onderzoek onnodig beperkt. Het project ‘Hoe kan de Nederlandse eerstelijns- zorg leren van andere Europese landen’ was gericht op het inzicht krijgen in de bruik- baarheid voor Nederland van organisatie- en financieringsmodellen voor de eerstelijns- zorg en thuiszorg uit andere Europese landen. Een nevendoel was om de bruikbaarheid te beoordelen van de in dit project gehanteerde werkwijze om internationaal verkregen kennis en inzichten voor Nederland toegankelijk en bruikbaar te maken.

Weinig belangstelling voor het buitenland
De Nederlandse stakeholders bleken niet erg gericht te zijn op het buitenland. Men lijkt vaak te vinden dat er meer te leren valt binnen Nederland. Maar het is vooral de drukte van alledag – met vele urgente kleinschalige problemen – die geen ruimte overlaat voor het kijken over de grenzen naar oplossingen voor fundamentele problemen. Het ‘leren van het buitenland’ wordt gezien als tijdrovend en kostbaar. Het brengt reizen (en dus tijd en kosten) met zich mee; en het in praktijk brengen van het geleerde kan meer van de organisatie vragen dan die in huis heeft. Ook is het aanbod van kennis over de zorg in het buitenland versnipperd en niet makkelijk te vinden. Als men wel in aanraking is gekomen met het buitenland dan ging dit voornamelijk via vaste (buitenlandse) contacten, (georganiseerde) studiereizen, toegezonden nieuwsbrieven, rapporten en het Internet. De interesse van de stakeholders voor de zorg in het buitenland werd vooral gewekt als het ervaren probleem nieuw en/of erg groot was, de informatie via een vertrouwd kanaal binnenkwam en als uit vergelijkende informatie bleek dat Nederland het minder goed doet dan andere landen.

Randvoorwaarden voor de bruikbaarheid van buitenlandse voorbeelden
Leren van buitenlandse voorbeelden is mogelijk indien
 deze voldoende aansluiten op de eigen context en op eigen vragen en behoeften;
 de informatie over voorbeelden uit het buitenland gestructureerd en op maat wordt aangeboden;
 er een vertaalslag heeft plaats gevonden waardoor potentiële gebruikers geholpen worden om de toepasbaarheid in te zien.
Door de grote verschillen in culturele, financiële en institutionele context tussen landen zijn buitenlandse voorbeelden over de wijze van zorgverlening en financiering meestal niet integraal en direct toepasbaar in Nederland. Om de bruikbaarheid voor Nederland te bevorderen, zouden de buitenlandse voorbeelden precies moeten aansluiten op een door de stakeholder ervaren probleem. Verder moeten de voorbeelden passen in verwachte ontwikkelingen. Daarnaast is het ook belangrijk dat deze passen bij de huidige financie- ringssystematiek in de Nederlandse gezondheidszorg en zouden de voorbeelden geen flexibiliteit moeten veronderstellen in de verschuiving van geld tussen sectoren, diensten en professionals. Deze beperkingen zouden kunnen worden overbrugd door proefruimtes op te zetten waarin nieuwe diensten of organisatievormen buiten de huidige financiële kaders en beleidsregels ontwikkeld kunnen worden. Verder werd er gewezen op het belang van een vergelijkbare rol van professionals, vrijwilligers en familie in het andere land en de aansluiting bij de huidige opleiding en kennis van de professionals. Tot slot bleek het belangrijk dat er enig bewijs was voor een goede prestatie van het voorbeeld en vooral dat het model een kostenbesparend element in zich herbergde.
De obstakels voor de toepasbaarheid van de buitenlandse voorbeelden in Nederland waren vaak wel overbrugbaar, maar niet door de stakeholders zelf. Belangrijk lijkt daarom dat meerdere stakeholders zich verenigen om de resultaten uit internationaal vergelijkend onderzoek te bespreken. Alleen dan kunnen er daadwerkelijk lessen getrokken kunnen worden.
Evaluatie werkwijze en aanbevelingen
De werkwijze om stakeholders in interviews en een werkconferentie te confronteren met voorbeelden uit het buitenland over andere organisatorische of financieringsmodellen op het terrein van de eerstelijnszorg en thuiszorg bleek een goede keuze. Drie elementen lijken hierin belangrijk:
 dat de kritische vragen en de vertaalslag die door de onderzoekers was gemaakt hen juist inspireerden – men had er niet zo lang bij stil gestaan als de voorbeelden ergens op een website of in een nieuwsbrief zouden staan;
 dat door de interactie met andere stakeholders argumenten voor en tegen werden uitgediept en het hen enthousiasmeerde dat meerderen hun interesses deelden;
 dat er over barrières heen kon worden gedacht omdat de andere partijen daar wellicht iets aan zouden kunnen veranderen.
Deze werkwijze zou bij toekomstige internationale projecten gevolgd kunnen worden, rekening houdend met de volgende aanbevelingen:
 zorg voor een goede aansluiting van de buitenlandse voorbeelden op de door de stakeholders zelf ervaren problemen;
 geef meer informatie bij de voorbeelden over de potentiële relevantie voor de Nederlandse situatie, over de (verschillen in) context van het zorgsysteem en over in het buitenland ervaren beleidsprobleem;
 reserveer voldoende financiële middelen om de nationale implementatie van resultaten uit internationaal vergelijkend onderzoek te faciliteren.
Vragen, bel of mail:
W.G.W. (Wienke) Boerma
Senior onderzoeker Internationaal vergelijkend onderzoek WHO