Publicatie

Publicatie datum
Hoe kan de opleiding huisartsgeneeskunde volgens alumni worden verbeterd? Een focusgroep- en survey-onderzoek onder huisartsen die tot 5 jaar geleden zijn afgestudeerd aan alle opleidingslocaties in Nederland.
Vis, E., Bosmans, M., Batenburg, R. Hoe kan de opleiding huisartsgeneeskunde volgens alumni worden verbeterd? Een focusgroep- en survey-onderzoek onder huisartsen die tot 5 jaar geleden zijn afgestudeerd aan alle opleidingslocaties in Nederland. Utrecht: Nivel, 2019.
Download de PDF
Dit onderzoek bouwt voort op twee onderzoeken die het Nivel eerder uitvoerde voor de SBOH, namelijk (1) een enquête onder alumni in 2014, en (2) de enquête in 2018 onder alle aios om hun tevredenheid met de huisartsopleiding te peilen. De uitkomsten van beide onderzoeken en verschillende nieuwe ontwikkelingen in het curriculum vormden aanleiding om in 2019 weer een onderzoek te doen onder huisartsen die maximaal 5 jaar geleden de opleiding hebben afgerond. Vragen die hierin centraal staan zijn: Hoe waarderen zij nu hun gevolgde huisartsopleiding, hoe sluit deze aan bij de praktijk waarin zij nu werkzaam zijn, wat miste er in de opleiding, maar ook: wat krijgt volgens hen te veel aandacht? Samengevat is de onderzoeksvraag van dit onderzoek:
Hoe wordt de opleiding huisartsgeneeskunde in retrospect beoordeeld door alumni, hoe verschilt hun oordeel naar opleidingslocatie en afstudeerjaar, en welke aanbevelingen komen hieruit naar voren om de huisartsopleiding te verbeteren?

Het onderzoek is in drie stappen uitgevoerd. Eerst is op basis van bestaande studies geïnventariseerd welke thema´s voor nader onderzoek onder alumni relevant zouden kunnen zijn. Vervolgens zijn in stap 2 drie focusgroepen georganiseerd, waarbij huisartsen die 5 jaar of korter geleden zijn afgestudeerd hebben gediscussieerd over de aansluiting tussen de opleiding en het werk als huisarts in de praktijk. Hiermee zijn de specifieke thema’s achterhaald die in de enquête onder alle alumni (stap 3) breed zijn uitgevraagd. Het voordeel van deze opzet is dat eerst exploratief is bepaald welke onderwerpen belangrijke verbeterpunten zouden kunnen vormen, om vervolgens middels de enquête te toetsen of de genoemde onderwerpen uit de focusgroepen ook op grotere schaal of juist onder bepaalde groepen alumni spelen.

Aan de focusgroepen hebben in totaal 23 alumni meegedaan, die zijn afgestudeerd bij nagenoeg alle opleidingslocaties in Nederland. Hieruit kwamen vijf verschillende onderwerpen naar voren die de basis vormden van de alumni-enquête die nader is uitgewerkt in overleg met de begeleidingscommissie van dit onderzoek. Hierbij is per thema een vaste structuur aangehouden. Eerst is gevraagd of een bepaald thema te veel, voldoende of te weinig aan bod is geweest in de opleiding. Daarna kon men aangeven in welk deel van de opleiding er eventueel méér aandacht zou moeten komen voor dit onderwerp. Bij de meeste thema’s konden de alumni daarna ook nog hun mening geven over een aantal stellingen, waarin bepaalde oplossingsrichtingen waren verwerkt die uit de focusgroepen naar voren kwamen.

Op de alumni-enquête, uitgezet in het voorjaar van 2019, is een respons van 37% gerealiseerd. Deze was goed verdeeld over de afstudeerjaren, opleidingsinstituten en geslacht. Een eerste belangrijke uitkomst is dat – ook al richtte de vragenlijst zich op thema’s waar de opleiding verbeterd kan worden – alumni nog steeds positief zijn over de opleiding huisartsengeneeskunde. Dit komt overeen met de hoge tevredenheid die uit de eerder aio-enquêtes bleek, en ook uit het vorige alumni-onderzoek uit 2014. Veel onderwerpen in de opleiding komen volgens de meerderheid voldoende aan bod.

Er zijn echter ook een aantal thema’s, uit de focusgroepen gekomen waarbij in de enquête bleek dat die volgens veel alumni duidelijk meer aandacht zouden moeten krijgen. Deze thema’s zijn praktijkmanagement, de rol als huisarts in het licht van landelijke en regionale beleidsontwikkelingen en juridisch aspecten van het huisartsenvak.

Ook komen de wijze waarin communicatie gedoceerd en getoetst wordt en het vervullen van een coördinerende rol op de huisartsenpost naar voren als aandachtspunten; hierover zijn de alumni echter meer verdeeld dan bij de andere verbeter-thema’s (praktijkmanagement, de rol als huisarts en juridische aspecten).

Uit de analyses van de enquête resultaten blijkt dat de verschillen tussen opleidingslocaties over het algemeen klein zijn en dat zij niet op één locatie wijzen die er systematisch positief of negatief uitspringt. Wel is de groep pas afgestudeerde alumni bij een aantal van de aandachtspunten minder kritisch dan de alumni die drie tot vijf jaar geleden zijn afgestudeerd. Dit kan erop wijzen dat de opleidingen de omissies in de opleiding oppakken, al blijven er ‘structurele’ verbeterpunten bestaan.

Al met al blijkt het onderwerp praktijkmanagement, en in relatie daarmee de rol van de huisarts en de juridische aspecten van praktijkvoering, het meest prominente verbeterpunt te zijn. Belangrijk is dat aios en alumni al langer benoemden dat dit een belangrijk gemis in de opleiding is. Ook enkele onderwijs- en medisch-inhoudelijke aandachtspunten verdienen aandacht en monitoring. Instituten kunnen hierbij van elkaar leren en uitwisselen hoe zij de vrijheid die elk instituut met betrekking tot het curriculum en inrichting van de opleiding heeft invullen. Voor veel onderwerpen en aandachtspunten rond praktijkmanagement en de maatschappelijke kanten van het vak geldt echter ook dat de verschillen tussen de instituten juist gering zijn. Dit geeft dan dus de mogelijkheid om deze gecoördineerd aan te pakken in het gezamenlijke overleg dat de huisartsopleidingen voeren over de organisatie en het curriculum van de opleiding.

Alumni zijn, net als aios, over het algemeen heel positief over de huisartsopleiding. Dat is en blijft een belangrijke constatering die ook door dit onderzoek ondersteund wordt. Maar wat goed is kan beter, en bij de opleidingen ligt een belangrijke taak om te anticiperen op een veranderende samenleving, werkveld en beroepsgroep. Dit rapport draagt hopelijk bij aan de verbeterstappen naar een nóg betere huisartsopleiding in Nederland.
Vragen, bel of mail:
E.B.A. (Elize) Vis
Promovendus “Chronic illness and informal social capital”
M.W.G. (Mark) Bosmans
post doc onderzoeker onderzoek naar de arbeidsmarkt in de gezondheidszorg
R.S. (Ronald) Batenburg
Programmaleider en bijzonder hoogleraar Arbeid en Organisatievraagstukken in de Gezondheidszorg (Radboud Universiteit)