Publicatie

Publicatie datum
Meting overkoepelende indicatoren Programma Onbeperkt meedoen! 2016-2018.
Grosscurt, R., Knapen, J., Menting, J., Hulsbosch, L., Boeije, H. Meting overkoepelende indicatoren Programma Onbeperkt meedoen! 2016-2018. Utrecht: Nivel, Patiëntenfederatie Nederland, Trimbos Instituut, 2019.
Download de PDF
Over het algemeen ligt de participatie van mensen met een lichamelijke of verstandelijke beperking, of een psychische aandoening, op alle deelgebieden (iets) lager dan die van de algemene bevolking. Uitzondering hierop is deelname aan vrijwilligerswerk en het gebruik van openbaar vervoer, dat bij mensen met een psychische aandoening juist iets hoger ligt. Voor alle groepen geldt dat het hebben van betaald werk (een van) de grootste afstand(en) heeft tot het percentage van de algemene bevolking. Met name voor mensen met een lichamelijke beperking ligt de arbeidsparticipatie laag. Waar ongeveer driekwart van de algemene bevolking onder de 65 jaar betaald werk heeft voor 12 uur of meer per week, schommelt dit voor de mensen met een lichamelijke beperking rond de 30 procent.
Ook geven mensen met een lichamelijke beperking minder vaak aan dat ze (zeer) goede mogelijkheden hebben om te leven op de manier zoals zij dat willen, vergeleken met de algemene bevolking. Het percentage mensen dat aangeeft te kunnen participeren zoals zij dat willen is afhankelijk van het betreffende deelgebied en de betreffende doelgroep, zoals in Figuur 4.2-4.4 te zien is. Zo geeft bijvoorbeeld iets meer dan de helft van de mensen met een psychische aandoening aan (een beetje) het gevoel te hebben mee te tellen in de maatschappij. Ongeveer twee derde van de mensen met een lichamelijke beperking geeft aan dat ze (zeer) goede mogelijkheden hebben om te leven op de manier zoals zij willen (tegenover 80 procent van de algemene bevolking).
Wanneer we kijken naar participatie op specifieke deelgebieden die belangrijk zijn voor de betreffende deelnemers, ligt ook daar de participatie van mensen met een lichamelijke beperking in beide jaren (iets) lager dan de participatie van de algemene bevolking. Net als bij de metingen van cluster 1 is ook hier de grootste afstand tussen beide groepen te zien bij het deelgebied betaald werk kunnen verrichten. Van de mensen in de algemene bevolking onder de 65 jaar die het belangrijk vinden om betaald werk te kunnen verrichten, werkt ongeveer driekwart ook daadwerkelijk betaald voor 12 uur of meer per week. Voor mensen met een lichamelijke beperking schommelt dit aandeel echter rond de 40 procent. Voor de deelgebieden betaald werk en openbaar vervoer ligt de participatie hoger als deelnemers aangeven dat deze onderdelen van het leven belangrijk voor ze zijn (cluster 3 vs. cluster 1).
De in dit rapport beschreven metingen zullen de komende jaren worden voortgezet. Zoals te zien is in Tabel 2.1, zullen alle benodigde vragen ook in 2019 weer aan de panels gesteld worden. Dit betekent dat de volledige volgende meting in 2019 zal plaatsvinden. Bovendien geeft deze volgende meting de mogelijkheid een eerste trendanalyse op deze indicatoren uit te voeren.
Vragen, bel of mail:
R.N. (Rosa) Grosscurt
Junior onderzoeker Participatiemonitor van mensen met een chronische aandoening