Publicatie

Publicatie datum

Minder antibiotica door interventie in FTO.

Vervloet, M., Meulepas, M.A., Cals, J., Eimers, M., Hoek, L.S. van der, Dijk, L. van. Minder antibiotica door interventie in FTO. Huisarts en Wetenschap: 2016, 59(12), p. 546-550.
Lees online
Achtergrond:
Irrationeel antibioticagebruik voor luchtweginfecties is een belangrijke risicofactor voor antibioticaresistentie. Het doel van dit onderzoek is het evalueren van het effect van een interventie met meer componenten gericht op het verminderen van het aantal antibioticavoorschriften voor luchtwegklachten in de huisartsenpraktijk.
Methode:
Dit is een clustergerandomiseerde gecontroleerde trial met een voor- en nameting. We hebben de interventie geïmplementeerd via het Farmacotherapeutisch Overleg (FTO), waarin huisartsen met apothekers samenwerken om de farmacotherapie te optimaliseren. We hebben de interventie in vier FTO-groepen (met in totaal 39 huisartsen) uitgezet, bestaande uit de volgende componenten: 1) een communicatietraining voor huisartsen, onder andere betreffende het communiceren over een uitgesteld recept; 2) implementatie van formulariumafspraken over het voorschrijven van antibiotica in het Elektronisch Voorschrijf Systeem (EVS) van huisartsen; 3) elk kwartaal feedback op basis van voorschrijfcijfers voor huisartsen. Vier andere FTO-groepen (met in totaal 38 huisartsen) vormden gematchte controlegroepen. De primaire uitkomstmaat was het aantal antibioticavoorschriften na de interventie (gecontroleerd voor het aantal voorschriften in de voormeting), dat we hebben geanalyseerd met multilevel-regressieanalyses. We analyseerden het totale aantal voorschriften en het aantal voorschriften gestratificeerd naar leeftijd (afkappunt 12 jaar).
Resultaten:
Bij de voormeting was het gemiddeld aantal antibioticavoorschriften voor luchtwegklachten 207,9 en 176,7 per 1000 patiënten in respectievelijk de interventie-FTO-groepen en controle-FTO-groepen. Bij de nameting schreven huisartsen in zowel de interventie- als controlegroepen significant minder antibiotica voor. Voor adolescenten en volwassenen was de afname in het aantal antibioticavoorschriften significant groter in de interventiegroepen (–27,8 per 1000 patiënten) dan in de controlegroepen (–7,2 per 1000 patiënten; p < 0,05); voor kinderen was er geen verschil.
Conclusie:
Deze uit meer componenten bestaande interventie was effectief in het terugdringen van het aantal antibioticavoorschriften voor luchtwegklachten voor adolescenten en volwassenen. Om het voorschrijfgedrag van huisartsen voor kinderen te veranderen zullen we naar andere methoden moeten zoeken. (aut. ref.)