Publicatie

Publicatie datum
Preventie bij Roken, overgewicht en problematisch alcoholgebruik: Activiteiten van verpleegkundigen, verzorgenden, begeleiders en praktijkondersteuners
Verest, W., Groot, K. de, Veer, A. de. Preventie bij Roken, overgewicht en problematisch alcoholgebruik: Activiteiten van verpleegkundigen, verzorgenden, begeleiders en praktijkondersteuners Utrecht: Nivel, 2019.
Download de PDF
Gezonde leefstijl heeft toenemende aandacht als onderdeel van de gezondheidszorg. In het Nationaal Preventieakkoord ligt de focus op drie thema’s: roken, overgewicht en problematisch alcoholgebruik.
De meeste verpleegkundigen, verzorgenden, begeleiders en praktijkondersteuners (72%-90%) hebben, ongeacht de zorgsector waarin zij werken, te maken met cliënten met mogelijke gezondheidsrisico’s vanwege roken, overgewicht of problematisch alcoholgebruik, zo blijkt uit dit onderzoek. Deze zorgverleners beschouwen het in meerderheid als hun taak om aan preventie te doen bij deze cliënten. Ze vinden zich daarin redelijk tot goed competent. Vooral praktijkondersteuners in de huisartsenpraktijk beschouwen preventieve activiteiten bij cliënten die roken, cliënten met overgewicht en bij cliënten met problematisch alcoholgebruik als hun taak en achten zich daarin competent.

Preventie bij roken, overgewicht en problematisch alcoholgebruik
Preventieve activiteiten zijn enerzijds gericht op het signaleren of cliënten door deze leefstijl beginnende lichamelijke of psychische problemen hebben of dat zij een verhoogd risico hebben op extra problemen of complicaties bij een aandoening. Daarnaast zijn advies geven aan en gedragsverandering stimuleren bij deze cliënten mogelijke preventieve activiteiten. De meeste preventieve activiteiten kwamen in ongeveer gelijke mate voor. Er was echter één preventieve activiteit die de zorgverleners minder vaak van toepassing vonden in hun werksituatie dan de andere activiteiten (9%-20% minder): signaleren van beginnende klachten bij cliënten die roken, overgewicht of problematisch alcoholgebruik hebben en die niet ziek zijn.

Verschillen tussen de zorgsectoren in taakopvatting en uitvoering
De mate waarin zorgverleners preventieve activiteiten bij cliënten die roken, bij cliënten met overgewicht en bij cliënten met problematisch alcoholgebruik als hun taak zien, verschilt sterk per sector en per activiteit. Het uitvoeren van preventieve activiteiten bij cliënten die roken zien vooral zorgverleners in de huisartsenpraktijk als hun taak (88%-97%) en zij hebben deze het afgelopen jaar ook gedaan (83%-97%), terwijl zorgverleners in de zorg voor cliënten met een (verstandelijke) beperking deze preventieve activiteiten weliswaar ook vaak als hun taak beschouwen (84%-93%), maar een groot aantal zorgverleners deze in de praktijk niet doen (18%-38%). Zorgverleners in de huisartsenpraktijk zien preventieve activiteiten bij cliënten met overgewicht ook het vaakst van alle zorgverleners als hun taak (89%-97%). De mate waarin zorgverleners de preventieve activiteiten bij cliënten met problematisch alcoholgebruik als hun taak zien en dit ook daadwerkelijk in het afgelopen jaar deden, is in alle zorgsectoren hoog, behalve bij zorgverleners die in ziekenhuizen werken; bij hen ziet een aanzienlijk deel (16%-37%) dit niet als hun taak. Zorgverleners in de GGZ zien het vaakst deze activiteiten als hun taak (94%-99%).

Competenties
De meeste zorgverleners (80%-89%) voelen zich redelijk tot zeer competent om de preventieve activiteiten uit te voeren. Dit geldt voor zowel signalering, als voor advisering en het stimuleren van gedragsverandering.
Er zijn subgroepen die zich op bepaalde activiteiten minder of juist meer competent voelen. Zo vindt één op de drie tot één op de vijf zorgverleners in ziekenhuizen (20%-36%) dat zij niet tot enigszins competent is in het geven van advies aan en het stimuleren van gedragsverandering bij cliënten die roken, overgewicht of problematisch alcoholgebruik hebben.
Ook geeft een aanzienlijk deel van de zorgverleners in de wijkverpleging (16%-30%) aan zich niet tot enigszins competent te voelen in de zorgverlening van preventieve activiteiten bij deze cliënten. Zorgverleners in huisartsenpraktijken geven in overgrote meerderheid (87%-96%) aan zich competent te voelen in het signaleren, advies geven en het stimuleren van gedragsverandering bij cliënten die roken, overgewicht of problematisch alcoholgebruik hebben.

Behoefte aan deskundigheidsbevordering
Ruim tweederde van de zorgverleners (69%) geeft aan behoefte te hebben aan één of meerdere vormen van scholing. Er is vooral behoefte aan scholing over preventieve activiteiten bij cliënten met problematisch alcoholgebruik en bij cliënten met overgewicht. Ook andere ondersteuningsmogelijkheden zoals samenwerkingsafspraken met andere professionals, een sociale kaart met informatie om een cliënt door te kunnen verwijzen en hulpmiddelen, zoals richtlijnen of folders voor het geven van adviezen over roken, overgewicht of problematisch alcoholgebruik, worden als geschikte mogelijkheden ter verbetering van de deskundigheid beschouwd.
De scholingsbehoeften hangen nauw samen met het opleidingsniveau van de zorgverlener en met de zorgsector waarin de zorgverlener werkzaam is. Zorgverleners in ziekenhuizen, in de wijkverpleging en in de huisartsenpraktijk hebben meer behoefte aan scholing over preventieve activiteiten bij cliënten die roken, overgewicht of problematisch alcoholgebruik hebben dan zorgverleners in de GGZ en in de zorg voor cliënten met een (verstandelijke) beperking.
Bij de verzorgenden geeft een aanzienlijk deel (39%) aan, behoefte te hebben aan scholing over het signaleren van een verhoogd risico bij cliënten die roken, overgewicht of problematisch alcoholgebruik hebben. Deze signaleringsfunctie vinden we ook terug in het beroepsprofiel van verzorgenden. Aan scholing over het signaleren van een verhoogd risico bij cliënten met overgewicht (30%) is hierbij het meest behoefte.
Naast behoefte aan scholing over het signaleren van een verhoogd risico bij cliënten die roken, overgewicht of problematisch alcoholgebruik hebben (31%), geeft een aanzienlijk deel van de zorgverleners op mbo-4 niveau (38%) conform hun beroepsprofielen aan behoefte aan scholing te hebben over het adviseren van cliënten die roken, overgewicht of problematisch alcoholgebruik hebben. Aan adviezen over cliënten met overgewicht (29%), is hieraan iets meer behoefte dan aan het adviseren van cliënten die roken (21%) en het adviseren van cliënten met problematisch alcoholgebruik (25%).
Naast behoefte aan scholing over het signaleren van een verhoogd risico bij cliënten die roken, overgewicht of problematisch alcoholgebruik hebben (30%) en scholing over het adviseren van deze cliënten (35%), heeft de helft van de zorgverleners op hbo/hbo+ niveau (49%) conform hun beroepsprofiel behoefte aan scholing over het stimuleren van gedragsverandering bij cliënten die roken, overgewicht of problematisch alcoholgebruik hebben.

Conclusie
Verpleegkundigen, verzorgenden, begeleiders en praktijkondersteuners zijn zich bewust van hun taken als het gaat om preventie bij cliënten die roken, overgewicht of problematisch alcoholgebruik hebben. Preventie wordt door de meesten van hen gedaan en een meerderheid vindt zich tenminste voldoende competent daarin. Tegelijkertijd hebben zorgverleners behoefte aan scholing en aan samenwerkingsafspraken met andere professionals over taakuitvoering en verwijsmogelijkheden. De groep die deze scholings- en andere ondersteuningsbehoeften aangeeft, is veel groter dan de groep die zich weinig competent voelt. Hieruit concluderen we dat zorgverleners behoefte hebben aan verbetering van de kwaliteit van de preventie bij cliënten die roken, overgewicht of problematisch alcoholgebruik hebben. Dit is een goede basis voor de in het Nationaal Preventieakkoord gewenste omslag van bestrijden van ziekte naar het bevorderen van gezondheid.

Het onderzoek
In dit vragenlijstonderzoek is onderzocht in hoeverre preventieve activiteiten bij cliënten die roken, overgewicht of problematisch alcoholgebruik hebben, onderdeel uitmaken van de zorgverlening door verpleegkundigen, verzorgenden, begeleiders en praktijkondersteuners huisartsenzorg. In dit onderzoek focussen we ons op mensen met een verhoogd risico op problemen (geïndiceerde preventie) en zieke mensen die kans lopen op extra complicaties of ziekteverergering (zorggerelateerde preventie).
Het online vragenlijstonderzoek is in oktober/november 2018 uitgezet onder deelnemers van het Nivel Panel Verpleging & Verzorging (www.nivel.nl/panelvenv). Na twee herinneringen vulden in totaal 1059 paneldeelnemers de vragenlijst in (respons: 46,8%). (aut. ref.)
Gegevensverzameling
Vragen, bel of mail:
A.J.E. (Anke) de Veer
Senior onderzoeker Panel Verpleging & verzorging