Publicatie

Publicatie datum
Voorschrijven bij hypertensie in de huisartspraktijk.
Dijk, L. van, Hermans, I., Jansen, J., Bakker, D. de. Voorschrijven bij hypertensie in de huisartspraktijk. Utrecht: NIVEL, 2004.
Download de PDF
Vier op de vijf huisartsen vinden dat de behandeling van hoge bloeddruk in Nederland nog verbeterd kan worden, met name door een betere screening van patiënten, het bevorderen van gezonde leefstijl, betere controles en het benadrukken van therapietrouw bij het gebruik van medicijnen.
Slechts één op de vijf huisartsen raadt een patiënt die voor het eerst met een te hoge bloeddruk op het spreekuur komt, altijd wanneer dat relevant is aan om zowel te stoppen met roken, als minder alcohol te drinken, als gezonder te eten, als meer te bewegen. Vooral het advies om minder alcohol te gebruiken (indien de patiënt alcohol drinkt) wordt relatief weinig gegeven: maar 27 % van de huisartsen geeft dit advies altijd.

Naast het geven van leefstijladviezen, schrijven huisartsen hun patiënten met verhoogde bloeddruk bloeddrukverlagende medicijnen (antihypertensiva) voor. Ze doen dit om het risico op hart- en vaatziekten te verminderen. Ruim twee derde van de huisartsen geeft aan dat het willen voorkomen van een beroerte (CVA) meespeelt in hun overweging antihypertensiva voor te schrijven.

Dit blijkt uit onderzoek door het NIVEL naar de behandeling van verhoogde bloeddruk door huisartsen in opdracht van farmaceutisch fabrikant Merck Sharp & Dohme BV (MSD). Het onderzoek is uitgevoerd door middel van een schriftelijke vragenlijst onder 180 huisartsen.

Wat betreft medicamenteuze behandeling van hypertensie is onderzocht waarom huisartsen een bepaald type bloeddrukverlager voorschrijven, en of ze bij patiënten met alléén hoge bloeddruk (ongecompliceerde hypertensie) voor ander bloeddrukverlagers zeggen te kiezen dan bij patiënten met ook nog een andere aandoening, bijvoorbeeld suikerziekte (diabetes Mellitus) of een hartaandoening.

De NHG-standaard wordt bij de behandeling van ongecompliceerde hypertensie grotendeels gevolgd. Bijna 60% van de ondervraagde huisartsen zegt het advies om te starten met een diureticum (‘plaspil’) op te volgen. Het voorkomen van beroertes is voor ongeveer de helft van de huisartsen de reden om ook andere bloeddrukverlagers voor te schrijven, zoals AII-antagonisten.

Bij de behandeling van gecompliceerde hypertensie bij diabetespatiënten wijken veel huisartsen echter af van de standaard; bijna driekwart van de huisartsen kiest voor een RAS-remmer (ACE remmers en AII-antagonisten) in plaats van het aangeraden diureticum. Bij de overige gecompliceerde hypertensiepatiënten strookt het opgegeven voorschrijfgedrag van de meerderheid van de huisartsen met het middel dat de richtlijnen als eerste keus noemen.

Er is sprake van een verhoogde bloeddruk als de bovendruk tenminste 140 mmHg is en/of de onderdruk tenminste 90 mmHg en/of als iemand medicatie gebruikt voor een verhoogde bloeddruk. Dit komt voor bij circa 1 op de 5 Nederlandse volwassenen van 20 tot 60 jaar. Van de ouderen (65-85 jaar) heeft circa 38% van de mannen en 42% van vrouwen een bloeddruk boven de 160/90 mmHg.
Gegevensverzameling
Vragen, bel of mail: