Publicatie

Publicatie datum
Vrijheidsbeperkende maatregelen in de zorg voor jongeren en jongvolwassenen met een lichte verstandelijke beperking: meningen en ervaringen van begeleiders.
Veer, A.J.E. de, Dörenberg, V.E.T., Francke, A.L., Nieuwenhuizen, M. van, Embregts, P., Frederiks, B.J.M. Vrijheidsbeperkende maatregelen in de zorg voor jongeren en jongvolwassenen met een lichte verstandelijke beperking: meningen en ervaringen van begeleiders. www.nivel.nl: NIVEL, 2013.
Download de PDF
Het terugdringen van het aantal vrijheidsbeperkingen in de zorg voor jongeren en jongvolwassenen met een lichte verstandelijke beperking vraagt nog een grote investering. Veel begeleiders onderkennen dat vrijheidsbeperkende maatregelen ingrijpend zijn. De praktijk leert echter dat veel begeleiders ze toepassen. En niet alleen als de veiligheid in het geding is. Dit blijkt uit een vragenlijstonderzoek dat door het NIVEL en VUmc/EMGO+ in het kader van het project 'Dwang en Drang' is uitgevoerd.

Er zijn veel verschillende maatregelen die de vrijheid beperken, maar over wanneer een maatregel de vrijheid beperkt verschillen begeleiders van mening. Vrijwel alle begeleiders vinden separeren in een aparte ruimte en het fixeren van een jongere of jongvolwassene met een lichte verstandelijke beperking een vrijheidsbeperkende maatregel. Over andere maatregelen is meer verschil van mening. Ongeveer de helft vindt bijvoorbeeld dat er sprake is van een vrijheidsbeperkende maatregel als de jongere in een aparte ruimte wordt gezet zonder de deur op slot, er een bezoekregeling wordt getroffen, of als het internetgebruik wordt gecontroleerd. Er zijn ook maatregelen die begeleiders veelal niet als vrijheidsbeperkende maatregelen zien. Zo vindt minder dan een derde van de begeleiders de jongere naar de eigen kamer sturen en het hanteren van een beloningssysteem, vormen van vrijheidsbeperkende maatregelen. Begeleiders onderkennen dat jongeren daar vaak anders tegenaan kijken.

Veiligheid
Begeleiders passen vrijheidsbeperkende maatregelen vooral toe als de veiligheid in het geding is en zij geen andere oplossing meer zien. Dan gaat het om de veiligheid van de cliënt zelf (zoals in het geval van overmatig gebruik van drugs of alcohol en seksueel grensoverschrijdend gedrag), van de groepsgenoten of het personeel (zoals bij verbale of fysieke bedreiging) of als de cliënt dreigt iets te vernielen. Maar ook in andere situaties wordt een vrijheidsbeperkende maatregel overwogen zoals verstoring van de orde in de groep (58%), het niet nakomen van de huis- of groepsregels (24%) of afspraken met de jongere (27%).
Bijna twee derde (65%) van de begeleiders geeft aan dat vrijheidsbeperkende maatregelen bij alle cliënten toegepast kunnen worden, mits de cliënt daar aanleiding toe geeft. Of iemand in een instelling verblijft op grond van de Wet Bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen (Bopz) speelt voor slechts 41 procent van de begeleiders een rol.

Verzet en keuze van de cliënt
Een vijfde (21%) van de begeleiders is van mening dat een maatregel pas vrijheidsbeperkend is als de cliënt zich ertegen verzet. Een kwart (25%) van de begeleiders geeft aan dat er géén sprake is van een vrijheidsbeperking als de cliënt er zelf om vraagt. NIVEL-onderzoeker Anke de Veer: “Het verzoek van een cliënt vraagt wel enige zorgvuldigheid. Misschien vraagt deze wel om de maatregel uit wanhoop. Het is dan belangrijk goed te kijken naar de redenen achter de vraag. Vaak zijn er dan ook alternatieven te bedenken, en dat vraagt een creatieve en open houding van de begeleiding. Voorop moet staan of de maatregel bijdraagt aan de kwaliteit van leven gezien vanuit de jongere.”

Gat tussen praktijk en wet
Het vragenlijstonderzoek is gedaan in het kader het project ‘Dwang en Drang’. Gezondheidsjurist Brenda Frederiks, VUmc/EMGO+ projectleider van één van de deelprojecten: “De uitkomsten van de vragenlijst, maar ook van het onderzoek in zijn geheel, kunnen ertoe bijdragen het gat tussen praktijk en wet en intentie van begeleiders te overbruggen. Dit is belangrijk, ook gezien de incidenten die zich blijven voordoen in de gehandicaptenzorg. De huidige Wet Bopz en ook de toekomstige wet Zorg en dwang gaan deze niet zo maar oplossen. De winst van dit onderzoek is dat daadwerkelijk in gesprek wordt gegaan met cliënten en begeleiders en dat zij beiden handvatten aanreiken hoe in de praktijk op de meest cliëntvriendelijke manier met vrijheidsbeperking kan worden omgegaan en vooral hoe een en ander kan worden teruggedrongen.”

Project ‘Dwang en Drang’
Het project “Dwang en Drang. Verantwoord omgaan met en het afbouwen van vrijheidsbeperkingen in de zorg voor jongeren en jongvolwassenen met een lichte verstandelijke beperking’ beoogt de zorg voor en begeleiding van jongeren en jongvolwassenen (12-23 jaar) met een lichte verstandelijke beperking te verbeteren door in te zetten op de relatie tussen de begeleider en de cliënt. Het gaat in het bijzonder om na te gaan hoe vrijheidsbeperkingen in de praktijk worden toegepast en hoe deze toepassing kan worden afgebouwd. De Hogeschool Leiden voert dit project uit samen met de consortiumpartners VUmc/EMGO+, Vrije Universiteit Amsterdam, Universiteit Tilburg, de William Schrikker Groep, Dichterbij, OBC De La Salle (onderdeel van Koraal Groep) en Landelijk Kenniscentrum LVB in samenwerking met het NIVEL.

NIVEL Panel Verpleging & Verzorging
Het onderzoek is uitgevoerd onder ruim 195 deelnemers van het Panel Verpleging & Verzorging (respons 69%). De deelnemers werken als begeleider in de zorg voor mensen met een verstandelijke beperking. Ze zijn geworven door aselecte steekproeven te trekken van werkenden in de gehandicaptenzorg. Het Panel Verpleging & Verzorging wordt gecoördineerd door het NIVEL met financiële ondersteuning van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn & Sport. Doel is om de deelnemers regelmatig te bevragen over beleidsrelevante onderwerpen binnen hun werk. Zie ook: www.nivel.nl/panelvenv
Gegevens verzameling
Vragen, bel of mail: